Terug
Gepubliceerd op 30/04/2026

Besluit  OCMW-raad

wo 29/04/2026 - 21:00

Reglement voor tussenkomst woon-zorgcentrum (WZC) - aanpassing : vaststelling

Aanwezig: Christophe Huysman, wnd. voorzitter
Kim Martens, burgemeester
Freddy Haegeman, Jurgen Blomme, Chris De Wispelaere, Jeroen Van Acker, Steven Lambert, Hilde De Graeve, schepenen
Vincent Laroy, Judith De Muynck, Tim Maenhout, Dirk De Poorter, Nik Braeckman, Patrick Dossche, Daan Blomme, Quinten Van de Walle, Thibo Ryckaert, Eveline Matthys, Gunther Batsleer, Peter Van Arnhem, Ann Delbeke, Hans Nauwynck, Kristof Creël, Ria Goethals, Philippe Lorez, raadsleden
Kenneth Pauwels, algemeen directeur
Verontschuldigd: Ann Boterdaele, voorzitter
Caroline Fredrick, schepen
Wouter De Muynck, Matthias De Block, raadsleden

Hilde De Graeve, schepen

Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 84 §1 over de bevoegdheid van het Vast Bureau om de beraadslaging en de besluiten voor te bereiden
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 29 november 2023 over de goedkeuring van het aangepaste reglement tussenkomst in woonzorgcentra

Besluit van het vast bureau van 31 maart 2026 tot principiële goedkeuring van reglement tussenkomst in het woonzorgcentrum

Het OCMW kent op heden aan 13 personen een tussenkomst toe in de verblijfskosten van een woon-zorgcentrum van een behoeftige persoon.

Het huidig reglement was aan herziening toe omwille van volgende zaken :

  • erkende assistentieflats werden toegevoegd aan het reglement 
  • de werkwijze voor tussenkomst WZC ingeval van bewindvoering is gewijzigd
  • een aantal uitkeringen voor ouderen zijn gewijzigd van naam 
  • de maximum ligdagprijs is in het reglement ongewijzigd maar bij een vorige aanpassing werd reeds een indexering voorzien waardoor het maximum bedrag voor 2026 inmiddels 81,86 euro bedraagt

De kredieten voor het ten laste nemen en terugvorderen van de verblijfskosten in een rusthuis zijn voorzien onder respectievelijk jaarbudgetrekening xxxx/GBB-WELZYN/0959-00/6482110/OCMW/VB/IP-GEEN (uitgaven) en jaarbudgetrekening xxxx/GBB-WELZYN/0959-00/7482110/OCMW/VB/IP-GEEN (terugvordering).

Bijlagen die integraal deel uitmaken van het besluit

REGLEMENT VOOR TUSSENKOMST IN DE VERBLIJFSKOSTEN VAN EEN WOONZORGCENTRUM

OCMW-raad 29 april 2026

1.     Algemene principes 

  • Dit reglement is van toepassing bij een permanente opname in een WZC of erkende assistentieflat en niet bij opname in kortverblijf.
  • Het bevoegd OCMW is het OCMW van de gemeente waar de aanvrager gedomicilieerd was op het moment van zijn opname in het woonzorgcentrum of erkende assistentieflat (art. 1 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van steun). Indien de aanvrager vóór zijn opname in het WZC of erkende assistentieflat in Lievegem was gedomicilieerd, dan is OCMW Lievegem bevoegd om de steunaanvraag te behandelen.

 2.     Procedure

De aanvrager doet een aanvraag tot tussenkomst van de verblijfskosten voor een WZC of erkende assistentieflat. Volgende documenten worden bij de aanvraag gevoegd:

  • een overzicht van alle mogelijke inkomsten (pensioenen, vakantiegeld, rentes, zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, zorgbudget voor ouderen met een zorgnood, uitkering van verzekeringen, huuropbrengsten,…)
  • een overzicht van de roerende en onroerende goederen
  • het kadastraal inkomen van alle onroerende goederen
  • een overzicht van de opbrengsten van onroerende goederen van de afgelopen 5 jaar vóór de aanvraag : o.a. verkopen, schenkingen,…
  • een overzicht van de spaargelden van de laatste 5 jaar
  • het contract hospitalisatieverzekering + polisnummer indien de aanvrager dergelijke verzekering heeft
  • de naam, adres, telefoon van alle onderhoudsplichtigen
  • kopie identiteitskaart
  • een ondertekende verklaring dat hij/zij zich niet heeft verarmd de laatste 5 jaar voorafgaand aan zijn/haar aanvraag tot opname in de instelling.
  • een machtiging om alle inlichtingen en verklaringen na te zien bij financiële instellingen, instellingen van sociale zekerheid en bij openbare besturen of via de Kruispuntbank

Na ontvangst van de gevraagde gegevens zal de maatschappelijk werker overgaan tot een grondig sociaal en financieel onderzoek. Op basis van dit onderzoek beslist het bijzonder comité voor de sociale dienst over de tussenkomst.

 3.     Voorwaarden

  • Het OCMW komt slechts tussen na uitputting van de spaargelden en de inkomsten van de aanvrager.
  • In geval van bezit van eigendom wordt door de financieel directeur hypotheek gelegd voor het aandeel dat betrokkene heeft in dit goed. Hij/zij moet geen toestemming krijgen van de eigenaar. De kosten verbonden aan het leggen van de hypotheek zijn ten laste van het OCMW.
  • De sociale dienst onderzoekt steeds de onderhoudsplicht van de kinderen en de (ex)echtgenoot.
  • Het OCMW hanteert hierbij de wettelijke terugvorderingsschaal die uniform is voor iedereen.
  • In het geval van echtscheiding zal bij de ex-echtgeno(o)t(e) het terug te vorderen bedrag beperkt zijn tot het bedrag van het eventuele onderhoudsgeld dat door de rechter opgelegd werd of in onderlinge toestemming werd afgesproken.

 Het OCMW kan afzien van een terugvordering bij een individuele beslissing en om redenen van billijkheid die in de beslissing worden vermeld.

4.     De tussenkomst van het OCMW

Indien het bijzonder comité voor de sociale dienst van Lievegem beslist een tussenkomst te verlenen in de verblijfskosten van een bewoner in een woonzorgcentrum of erkende assistentieflat, gelden volgende bepalingen.

4.1.  Maximale ligdagprijs

De tussenkomst van het OCMW is niet onbegrensd. De bovengrens van de dagprijs ligt op 77 euro. Dit bedrag zal jaarlijks op 1 januari worden geïndexeerd volgens de formule: tarief x (gezondheidsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing vooraf gaat) / gezondheidsindexcijfer van september 2023) = aangepast tarief.

Een dagprijs die hoger ligt dan 77 euro wordt geweigerd.
Enkel in bijzonder precaire en dringende situaties kan het BCSD beslissen om hiervan af te wijken door tijdelijk een hogere ligdagprijs toe te staan, in afwachting van het vinden van een goedkoper woonzorgcentrum/assistentieflat. 

4.2.  Inkomsten

Alle inkomsten moeten aangewend worden om de verblijfs- en aanverwante kosten te betalen (uitzondering: staat van kosten en erelonen van de bewindvoerder).

Er wordt altijd een budgetrekening geopend op naam van de cliënt waarop alle inkomsten moeten worden gestort : pensioen, zorgbudget voor ouderen met een zorgnood, zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, achterstallige uitkeringen, tussenkomsten van het ziekenfonds, verzekeringen …

Uitzondering: de aanvrager staat onder bewind. 
In dat geval zal de bewindvoerder alle inkomsten van de te beschermen persoon ontvangen op een rekening onder zijn/haar beheer. De verblijfsfacturen van die persoon worden ook aan de bewindvoerder bezorgd.  De bewindvoerder zal maandelijks, op basis van het verschil tussen het rekeningsaldo van de betreffende maand en het bedrag van de verblijfsfactuur, een tussenkomst vragen aan het OCMW. Het OCMW stort het tekort aan de bewindvoerder die dan het factuurbedrag integraal doorstort naar de zorginstelling.

4.3.  Zakgeld

Elke bewoner in een woonzorgcentrum heeft recht op het wettelijk zakgeld (art 98, §1, tweede lid OCMW-wet).

Volgende kosten mogen niet aangerekend worden op het zakgeld:

•   ligdagprijs

•   dokter

•   medicatie

•   incontinentiemateriaal en korting

•   kinesitherapie prestaties

•   kosten m.b.t. de was

•   ziekenhuisfacturen

•   ambulancevervoer

•   facturen van labo-onderzoeken

•   bijdrage mutualiteit

•   huur tv

•   medische pedicure (om de 6 weken)

Volgende kosten moeten betaald worden met het zakgeld:

•   verzorgingsproducten 

•   niet-medische pedicure en manicure behalve bij diabetes

•   kapper

•   cafetariabezoeken

•   extra kosten die voortkomen uit vrijetijdsactiviteiten

  • abonnementen telecommunicatie

 

Het wettelijk zakgeld wordt bij voorkeur via een afnamerekening, die gekoppeld wordt aan de zichtrekening onder budgetbeheer, ter beschikking gesteld van de cliënt.  De cliënt ontvangt van deze rekening een bankkaart en beslist dan zelf wie het zakgeld afhaalt en beheert voor hem/haar.

Als de cliënt onder bewind staat, is het de verantwoordelijkheid van de bewindvoerder dat de cliënt over zijn wettelijk vastgelegd zakgeld kan beschikken.

4.4.  Medische kosten

Voor medische kosten van bewoners gelden volgende regels:

  • Geneesmiddelen: de oplegkosten voor geneesmiddelen op voorschrift van een geneesheer zijn ten laste van het OCMW. Bij de factuur dient de lijst te worden gevoegd met de naam van de aangekochte geneesmiddelen met de stempel en handtekening van de apotheker. (Toiletartikelen die bij de apotheek worden besteld, zijn ten laste van de bewoner.)
  • Verzorgingsmateriaal : de kosten voor verzorgingsmateriaal (basis) en incontinentiemateriaal zijn vervat in de ligdagprijs en mogen niet aangerekend worden.
  • Kunstmatige voeding: de kosten voor kunstmatige voeding op voorschrift van de geneesheer kunnen aangerekend worden aan het OCMW. De kosten van kunstmatige bijvoeding worden niet ten laste genomen en blijven ten laste van de bewoner.
  • Labokosten: het remgeld voor labokosten mag aangerekend worden aan het OCMW.
  • Pedicure, manicure (voor diabeten) en kine: deze kosten worden ten laste genomen door het OCMW, na tussenkomst van het ziekenfonds.
  • Honoraria: het remgeld voor huisarts of specialist wordt ten laste genomen door het OCMW.
  • Ziekenvervoer: het remgeld van de vervoerskosten mogen aan het OCMW aangerekend worden.  
  • Hospitalisatiekosten: de hospitalisatiekosten op een meerpersoonskamer zijn ten laste van het OCMW. De factuur hospitalisatiekosten wordt aan het OCMW toegestuurd en wordt niet verrekend op de maandelijkse factuur van het WZC.

Indien de bewoner over een hospitalisatieverzekering beschikt, dient de tussenkomst van de verzekering in de hospitalisatiekosten als inkomen aan het OCMW overgemaakt te worden.

  • Kosten voor hoorapparaat, bril, tandprothese, orthopedisch materiaal: de eventuele  tussenkomsten van het OCMW in de kosten voor aankoop van een hoorapparaat, bril, tandprothese, orthopedisch materiaal, zijn altijd het voorwerp van een afzonderlijke aanvraag met voorlegging van een bestek en medisch voorschrift. (conform reglement tussenkomst medische kosten)

 4.5.  Andere kosten

  • De jaarlijkse bijdrage voor het ziekenfonds is ten laste van het OCMW.
  • De jaarlijkse bijdrage voor de zorgverzekering is ten laste van het OCMW.
  • De jaarlijkse bijdrage voor de hospitalisatieverzekering (als deze al afgesloten was voor de aanvraag tot tussenkomst in de verblijfskosten) is ten laste van het OCMW.
  • Personenbelastingen : deze kosten zijn ten laste van het OCMW.
  • Kosten voor kledij en schoenen: de tussenkomst voor deze onkosten maakt het voorwerp uit van een afzonderlijke steunaanvraag bij het OCMW.

 4.6.  Vergoeding bewindvoerder

  • De bewindvoerder legt jaarlijks zijn staat van kosten en erelonen voor aan de vrederechter van het bevoegde kanton.  Na machtiging van de vrederechter, mag de bewindvoerder zijn staat vereffenen met de inkomsten van de te beschermen persoon van de maand van machtiging. Het OCMW zal bijgevolg in deze maand een groter tekort moeten bijpassen.

4.7. Leefgeld voor flatbewoners

  • De bewoner van een assistentieflat ontvangt geen wettelijk zakgeld.  Hij ontvangt een wekelijks leefgeld volgens de geldende richtbedragen binnen een collectieve schuldenregeling.  Als de bewoner maaltijden afneemt van het woonzorgcentrum en deze betaald worden via de factuur, zal het wekelijks leefgeld verhoudingsgewijs verminderd worden.

 5.     Jaarlijkse herziening van het dossier

  • Het dossier wordt elk kalenderjaar op het BCSD van februari voor verlenging voorgelegd. In het verslag worden volgende zaken opgenomen: startdatum van de tussenkomst in de verblijfskosten, huidige inkomsten, huidig dagbedrag WZC/assistentieflat, totaalbedrag van de tussenkomst tijdens het voorbije kalenderjaar, herziening van de onderhoudsbijdrage van de onderhoudsplichtige op basis van het laatste aanslagbiljet inzake personenbelastingen (enkel als bij de aanvang van de steunverlening beslist werd dat de onderhoudsplicht wordt toegepast).
  • Als het OCMW tijdens het afgelopen jaar geen tussenkomst verleende en de inkomsten toereikend zijn om de verblijfskosten te betalen, wordt een stopzetting van de tussenkomst geadviseerd aan het BCSD.
  • Eind december wordt aan elke bewindvoerder gevraagd om volgende gegevens te bezorgen: een saldo van de zichtrekening op 31/12 en de staat van kosten en erelonen van het voorbije jaar.  Als er toch een reserve werd opgebouwd, zal de bewindvoerder verzocht worden om deze door te storten naar het OCMW als gedeeltelijke terugvordering van de verleende steun.

 

6.     Overlijden van een bewoner waarvoor het OCMW tussenkomt  in de verblijfskosten

Om na te gaan of er recht is op tussenkomst in de begrafeniskosten verwijzen we naar het reglement tussenkomst in de begrafeniskosten.

Publieke stemming
Aanwezig: Christophe Huysman, Kim Martens, Freddy Haegeman, Jurgen Blomme, Chris De Wispelaere, Jeroen Van Acker, Steven Lambert, Hilde De Graeve, Vincent Laroy, Judith De Muynck, Tim Maenhout, Dirk De Poorter, Nik Braeckman, Patrick Dossche, Daan Blomme, Quinten Van de Walle, Thibo Ryckaert, Eveline Matthys, Gunther Batsleer, Peter Van Arnhem, Ann Delbeke, Hans Nauwynck, Kristof Creël, Ria Goethals, Philippe Lorez, Kenneth Pauwels
Voorstanders: Kim Martens, Freddy Haegeman, Jurgen Blomme, Chris De Wispelaere, Jeroen Van Acker, Steven Lambert, Hilde De Graeve, Vincent Laroy, Judith De Muynck, Tim Maenhout, Dirk De Poorter, Nik Braeckman, Patrick Dossche, Christophe Huysman, Daan Blomme, Quinten Van de Walle, Thibo Ryckaert, Eveline Matthys, Gunther Batsleer, Peter Van Arnhem, Ann Delbeke, Hans Nauwynck, Kristof Creël, Ria Goethals, Philippe Lorez
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het aangepaste reglement voor de tussenkomst in de verblijfskosten in een woon-zorgcentrum (WZC) vast. Dit reglement gaat in voege op 1 mei 2026.

Artikel 2
het reglement voor tussenkomst in de verblijfskosten van een woon-zorgcentrum, beslist op de OCMW-raad van 29 november 2023 wordt ingetrokken.