Freddy Haegeman, schepen
Decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, artikel 4 van 16 januari 2004
Decreet tot wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, het decreet van 12 juli 2013 houdende toekenning van subsidies voor gebouwen van de eredienst, gebouwen voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en crematoria en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
Decreet over het lokaal bestuur, artikel 56. van 22 december 2017
Decreet over het lokaal bestuur van 21 december 2017, artikel 41
Besluit van de Vlaamse regering tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria van 14 mei 2004
Besluit van de gemeenteraad van 20 november 2025 betreffende huishoudelijk reglement begraafplaatsen: vaststelling
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 26 mei 2026 over Huishoudelijk reglement begraafplaatsen: principiële goedkeuring
Omzendbrief BA-2006/03 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten
Om de serene en respectvolle uitstraling van onze begraafplaatsen te waarborgen, worden een aantal artikels in het vernieuwd inhoudelijk reglement van 2025 aangepast die streven naar uniformiteit op de zeven gemeentelijke begraafplaatsen.
De uniformiteit van het inhoudelijk reglement van 2025 blijft behouden:
- Gelijkheid en rechtvaardigheid: Elke overledene en nabestaande wordt op gelijke wijze behandeld, ongeacht de locatie van de begraafplaats.
- Rust en harmonie: Een uniforme inrichting bevordert de visuele rust en draagt bij aan een waardige omgeving voor herdenking en bezinning.
- Duidelijkheid en transparantie: Eén reglement voor alle begraafplaatsen voorkomt verwarring en zorgt voor heldere afspraken voor burgers en medewerkers.
- Efficiënt beheer en onderhoud: Uniforme regels maken het mogelijk om het beheer en onderhoud van de begraafplaatsen efficiënter en kosteneffectiever te organiseren.
Enkele artikels dienden verder verduidelijkt te worden met betrekking tot het wettelijk kader en een uniforme, milieubewuste aanpak:
- Artikel 4:
Samengevat: Een begraving mag wettelijk niet binnen 24 uur na overlijden plaatsvinden (behalve uitzonderingen), de lijkbezorging gebeurt volgens de regels met een minimumtermijn van 72 uur na aangifte, en wijzigingen aan de aangifte zijn mogelijk tot uiterlijk 72 uur vóór de begrafenis.
- Artikel 7:
Na de uitvoering van de begraving in volle grond, al dan niet met concessie, plaatsen de gemeentelijke diensten een tijdelijke naamplaat met de naam van de overledene.
Omwille van een gelijke behandeling, ongeacht geloofsovertuiging of levensbeschouwing, wordt een neutrale naamplaat voorzien.
- Artikel 70:
Samengevat: Voor graftekens is een stevige fundering met passende draagpalen verplicht om stabiliteit en duurzaamheid te garanderen (zonder gebruik van kunststoffen), en na plaatsing mogen geen materialen, afval of voertuigen op de begraafplaats achterblijven.
- Artikel 71:
Op de percelen voorbehouden voor begravingen in een betalende grondconcessie (concessie volle grond) moet een rechtopstaand grafteken geplaatst worden al dan niet in combinatie met een liggend deel.
verschillende mogelijkheden :
De restzone wordt ingezaaid en onderhouden als gazon door de gemeentediensten.
- Artikel 72:
Op de percelen voorbehouden voor begravingen in een niet-geconcedeerd graf (gewone grond) moet er verplicht een grafteken worden geplaatst ten vroegste binnen de 6 maanden en ten laatste binnen de 12 maanden en heeft bepaalde afmetingen.
- Artikel 74:
Op de percelen die voorbehouden zijn voor urnenkelders voorziet het lokaal bestuur de urnenkelder en de afdeksteen. Deze blijven eigendom van het gemeentebestuur.
- Artikel 76:
Planten en herdenkingsvoorwerpen moeten binnen de afmetingen van het grafperceel worden geplaatst, en dit steeds in een plantvak dat geïntegreerd is in de grafzerk. Enkel beplanting zonder grafsteen is niet toegelaten.
- Artikel 77:
Beplanting buiten de percelen mag enkel aangebracht worden door de gemeentediensten of opdrachthouder.
De gemeente Lievegem beschikt over de volgende gemeentelijke begraafplaatsen:
De inwoners kunnen vrij kiezen op welke van bovengenoemde begraafplaats van de gemeente zij wensen begraven te worden.
Volgende personen kunnen begraven, bijgezet of uitgestrooid worden op de gemeentelijke
begraafplaatsen:
internationale overeenkomsten vrijgesteld zijn van inschrijving in één van de registers van
Lievegem.
De teraardebestelling van stoffelijke overschotten is mogelijk op dagen en uren vastgelegd door college van burgemeester en schepenen.
Diegenen die voor de begraving instaan, regelen met het gemeentebestuur de formaliteiten betreffende de begraving.
Bij ontstentenis daarvan wordt door het gemeentebestuur het nodige gedaan.
Deze kosten kunnen verhaald worden op de nalatenschap.
Voor de plaats en het tijdstip moeten de betrokkenen zich schikken naar de beslissingen van de
burgemeester of zijn aangestelde.
Binnen het wettelijk kader is het verboden een begraving uit te voeren binnen de 24 uur na het overlijden, behalve in uitzonderlijke gevallen en op advies van de behandelende arts. De begraving van niet-gecremeerde stoffelijke overschotten, evenals de crematie met aansluitend de begraving, berging of verstrooiing van de as, vindt plaats overeenkomstig de geldende regelgeving.
De lijkbezorging gebeurt binnen een termijn van 10 dagen na de vaststelling van het overlijden. Afwijkingen op deze termijn dienen vooraf goedgekeurd te worden door het college van burgemeester en schepenen.
De lijkbezorging vindt plaats op de percelen die door het college van burgemeester en schepenen zijn aangeduid.
De termijn tussen de aangifte van overlijden en de lijkbezorging bedraagt minimaal 72 uur. Wijzigingen aan de aangifte kunnen worden doorgegeven tot uiterlijk 72 uur vóór de begrafenis.
Het gemeentebestuur beslist over de dag en het uur van de begraving.
De begravingen zijn mogelijk op de werkdagen en zaterdag, tussen 9.00 uur en 15.30 uur.
Op wettelijke feestdagen en op de dagen, jaarlijks aangeduid door het college van burgemeester en schepenen, zijn geen begravingen mogelijk.
Per begraafplaats kan er maar 1 begrafenis tegelijkertijd doorgaan.
De begraafplaatsen zijn elke dag voor het publiek toegankelijk:
Op de begraafplaatsen is het verboden een daad te stellen, een activiteit op touw te zetten of een houding aan te nemen die de openbare orde en de eerbied voor de doden kan storen.
Meer in het bijzonder is het verboden:
Na de uitvoering van de begraving in volle grond, al dan niet met concessie, plaatsen de gemeentelijke diensten een tijdelijke naamplaat met de naam van de overledene.
Omwille van een gelijke behandeling, ongeacht geloofsovertuiging of levensbeschouwing, wordt een neutrale naamplaat voorzien.
Op de gemeentelijke begraafplaatsen worden niet-geconcedeerde begraafplaatsen toegekend, die
betrekking hebben op:
De niet-geconcedeerde gronden worden toegekend aan inwoners voor een periode van 10 jaar.
Verlenging van deze kosteloze periode is niet mogelijk.
De niet-geconcedeerde percelen kunnen toegekend worden voor maximum 1 persoon.
Wanneer de termijn van 10 jaar verstreken is, is de omzetting van een niet-geconcedeerd perceel naar een geconcedeerd perceel mogelijk mits een aanvraag voor een betalende concessie
EN de verplaatsing naar een nieuw aangeduid perceel.
Alle kosten voor ontgraving en verplaatsing vallen ten laste van de aanvrager van de nieuwe concessie.
Op de gemeentelijke begraafplaatsen worden concessies per perceel toegekend, die betrekking hebben op:
tot zolang de omvang van de begraafplaats dit mogelijk maakt.
Op alle begraafplaatsen worden concessies verleend voor stoffelijke overschotten van zowel inwoners als niet-inwoners.
Deze begraafvormen zijn betalend, beperkt in tijd, hernieuwbaar en verlengbaar.
De concessies worden verleend voor een termijn van 20 jaar en kunnen vernieuwd worden voor 10 jaar of voor 20 jaar.
De duur van de concessie neemt een aanvang op datum van de aanvraag van de concessie.
Tarieven worden vastgelegd in het retributiereglement.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd door de gemeenteraad om concessies te verlenen volgens de bepalingen van het huishoudelijk reglement.
De concessie wordt schriftelijk aangevraagd aan het college van burgemeester en schepenen.
Zij vermeldt de identiteit van de aanvrager(s) en de begunstigde(n) van de concessie.
De aanvraag kan gebeuren door elke belanghebbende.
De concessiehouder moet zich gedragen naar alle huidige en/of toekomstige wetten, decreten, besluiten en reglementen betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
Een concessie kan pas worden aangevraagd nadat minstens één begunstigde van de aangevraagde concessie overleden is.
Er is de mogelijkheid om een dubbele concessie aan te vragen met een maximum van twee concessies.
Bij de toekenning van een concessie van meer dan 2 personen, worden 2 percelen naast elkaar toegewezen.
Bij de toekenning van een concessie van meer dan 2 urnen, worden 2 percelen (urnenveld) of 2 nissen toegewezen.
Het verlenen van een concessie door de gemeentelijke overheid houdt geen verhuring noch een verkoop in. Er mag aan de concessie nooit een andere bestemming worden gegeven dan die waarvoor ze werd verleend.
Een voorbehouden plaats van een begunstigde van een toegewezen concessie kan overgedragen
worden naar een andere persoon, mits toestemming van de concessiehouder of zijn/haar erfgenamen.
Concessies worden verleend op de daartoe voorziene percelen op de begraafplaats.
Er mogen geen concessies verleend worden op niet-geconcedeerde percelen.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de concessies te beëindigen bij
De hernieuwing van een concessie betekent dat bij het verstrijken van de termijn van een concessie, de concessie hernieuwd wordt met een nieuwe termijn tegen betaling.
Minstens één jaar vóór het verstrijken van de concessie of van de verlenging ervan maakt de
burgemeester of zijn gemachtigde een akte op die zowel aan het graf, de urnenkelder of columbariumnis als aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt wordt.
De concessies kunnen na het verstrijken van de termijn hernieuwd worden met een
termijn van 10 jaar of 20 jaar.
Een wettelijke grafrust van 10 jaar moet gerespecteerd worden.
De concessies kunnen op vraag van elke belanghebbende hernieuwd worden.
De aanvraag moet gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen.
De aanvraag tot hernieuwing kan gedaan worden voor het verstrijken van de vastgestelde termijn.
Een nieuwe termijn begint steeds te lopen vanaf de einddatum van de bestaande concessie.
Hernieuwingen zullen worden geweigerd als blijkt dat op het moment van de aanvraag de rustplaats
verwaarloosd is.
De uitbreiding van een concessie betekent dat een al bestaande concessie uitgebreid wordt met één of meerdere begunstigden waarvoor een bijkomende concessie wordt genomen.
Deze uitbreiding wordt enkel toegestaan als een bijkomende begraving of de plaatsing van de urne
mogelijk is.
In principe zijn er in elke grafkelder en urnenkelder maar 2 personen toegelaten.
Het college van burgemeester en schepenen kan een afwijking toestaan die grondig gemotiveerd is en onder strenge voorwaarden die zijn als volgt:
Voor inwonende alleenstaande familie in de eerste graad
Voor mensen met een beperking die hun leven lang afhankelijk waren van hun ouders.
Indien een concessie wordt uitgebreid, dan:
De berekening van de bij te betalen concessietermijn van de bestaande concessie gebeurt proportioneel volgens volgende formule:
aantal jaren dat de nieuwe concessietermijn de bestaande concessie overschrijdt x het jaarlijks bedrag van een concessie volgens het geldende tariefreglement.
Voorbeeld:
Een bestaande concessie loopt tot 01.01.2040.
Er wordt een uitbreiding van de concessie aangevraagd = een nieuwe bijkomende concessie.
Deze nieuwe concessie loopt tot 01.01.2052.
De termijn van de bestaande concessie moet verlengd worden voor 12 jaar, met name van 01.01.2040 naar 01.01.2052.
Er moet dus enerzijds betaald worden voor de nieuwe concessie en anderzijds 12 jaar bijbetaald worden voor de bestaande concessie volgens het geldende tarief.
De uitbreiding van een eeuwigdurende concessie is mogelijk mits een aantal voorwaarden:
gewone concessie.
gelijkgesteld, dit houdt in dat de termijn van de eeuwigdurende concessie wordt verkort als deze langer is dan de nieuwe termijn van de bijkomende concessie.
De aanvraag voor de uitbreiding van een concessie wordt gericht aan het college van burgemeester en schepenen.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de uitbreiding van een concessie toe te staan vanaf het moment van de aanvraag.
De concessiehouder of zijn erfgenamen, of bij gebrek hieraan, iedere belanghebbende, kan op schriftelijk verzoek een concessie voortijdig beëindigen.
De grafrust van 10 jaar moet gerespecteerd worden als deze voortijdige beëindiging geen gevolg is van een bestemmingswijziging van de stoffelijke resten.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd door de gemeenteraad om de voortijdige beëindiging van een concessie toe te staan volgens de modaliteiten van het gemeentelijk reglement.
De aanvraag tot voortijdige beëindiging van een concessie wordt ondertekend door de partner/echtgenoot en alle eerstelijns bloedverwanten in leven of bij gebrek hieraan, de belanghebbende aanvrager.
Met de ondertekening van dit aanvraagformulier bevestigt de aanvrager dat er geen andere
nabestaanden of belanghebbenden (in leven) zijn die bovengenoemde concessie verder willen verlengen en aldus verzoeken om de stopzetting en ontruiming van de concessie.
De vraag tot beëindiging wordt aangeplakt gedurende 6 maand aan de ingang van de begraafplaats en aan het perceel van de concessie, behalve wanneer het gaat om een bestemmingswijziging van het stoffelijk overschot.
Bezwaren tegen een voortijdige beëindiging moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van
burgemeester en schepenen.
De aanvragers zijn ervan op de hoogte dat bovengenoemde concessie op hun aanvraag ontruimd zal worden.
Niet meegenomen materialen worden bij ontruiming eigendom van de gemeente.
Bij het voortijdig beëindigen van de concessie op verzoek, kan de betaalde concessieprijs niet worden terugbetaald.
De eeuwigdurende concessies zijn sinds de wet van 20 juli 1971 omgezet in concessies voor 50 jaar.
Zij zijn niet overdraagbaar.
Eeuwigdurende concessies kunnen om de vijftig jaar en zonder vergoeding hernieuwd worden.
De aanvraag tot hernieuwing gebeurt volgens dezelfde modaliteiten zoals die zijn vastgelegd voor de concessies maar is gratis.
Een eeuwigdurende concessie kan uitgebreid worden volgens de bepalingen in hoofdstuk 4.3 art. 16 en volgens de vastgelegde termijnen en tarieven in het retributiereglement.
Hernieuwingen zullen worden geweigerd als blijkt dat op het moment van de aanvraag de rustplaats
verwaarloosd is.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de eeuwigdurende concessies te beëindigen of terug eigenaar te worden bij:
Op de gemeentelijke begraafplaats worden speciale perken voorbehouden aan overleden inwoners die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor het vaderland.
Deze perken worden kosteloos ter beschikking gesteld op een daartoe voorbehouden perceel voor onbepaalde duur.
Als begunstigden tot begraving op het ereperk worden aanzien:
De nabestaanden moeten de bewijsstukken voorleggen aan de burgemeester of zijn afgevaardigde.
Voor oud strijders zijn dit volgende bewijsstukken:
OF
Personen die wegens een onvaderlandse houding in oorlogstijd een veroordeling opliepen of die wegens dezelfde redenen geen politieke of burgerlijke rechten genieten en niet in hun rechten werden hersteld, worden uitgesloten van dit voordeel.
Het onderhoud van het oud-strijdersgraf is ten laste van de nabestaanden.
Personen die voldoen aan bovenvermelde criteria krijgen een herdenkingsplaatje op het
monument van oud strijders.
Op de gemeentelijke begraafplaatsen kent het gemeentebestuur een perceel toe voor begraving van kinderen en levenloos geboren kindjes na een zwangerschapsduur van minder dan 180 dagen:
In de percelen die bestemd zijn als kinderbegraafplaats kan er gratis begraven worden t.e.m. de leeftijd van 12 jaar voor een termijn van 20 jaar na het voorleggen van de overlijdensakte of een akte van levenloos geboren kind na een zwangerschapsduur van 180 dagen.
Wanneer een kindje doodgeboren wordt na een zwangerschapsduur van minder dan 6 maanden (wettelijke levensvatbaarheidsgrens) en na meer dan 12 weken zwangerschap, kunnen de ouders een verzoek richten om de foetus te begraven of te cremeren. Hierbij wordt geen enkele akte opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand.
In de gemeente worden volgende mogelijkheden toegepast:
Een kindergraf kan na 20 jaar en zonder vergoeding hernieuwd worden voor een termijn van 10 jaar of 20 jaar als concessie als er geen verwaarlozing wordt vastgesteld.
De verstrooiing van de as op de strooiweide kan zowel voor inwoners als niet-inwoners.
Tarieven worden vastgelegd in het retributiereglement.
Het gemeentebestuur geeft aan de nabestaanden of enige belanghebbende de mogelijkheid om een herdenkingsplaatje te laten bevestigen op de herdenkingszuil aan de strooiweide waar de asverstrooiing heeft plaatsgevonden.
Om de uniformiteit te bewaren mogen naamplaatjes alleen maar aangebracht worden door de
gemeentelijke diensten.
De naamplaatjes worden door de gemeente voorzien.
Het herdenkingsplaatje kan aangevraagd worden bij de dienst Burgerzaken onder de vorm van een 10 jarige concessie. Hiervoor zal een retributie gevraagd worden, zoals bepaald in het retributiereglement.
De aanvraag tot thuisbewaring van een asurne uit een geconcedeerd of niet-geconcedeerd perceel of nis, moet schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten eerste graad, bij toepassing van artikel 24 en 24 bis van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging op de begraafplaatsen en lijkbezorging van 16 januari 2004.
De as kan begraven, bewaard of verstrooid worden op een private eigendom, mits toestemming van de eigenaar.
In geval van een aanvraag tot retroactieve thuisbewaring, wordt een bekendmaking hiervan gedurende een periode van 6 maanden afgekondigd aan het betrokken perceel, behalve wanneer een procedure tot ontruiming lopende is.
Wanneer de aanvraag tot retroactieve thuisbewaring betrekking heeft op een concessie, dan wordt het perceel nog 2 jaar bewaard.
Na een termijn van 2 jaar, wordt de concessie ambtshalve opgegeven.
Wanneer de thuisbewaring ophoudt, kan de as van de overledene uitgestrooid worden op de strooiweide van de gemeentelijke begraafplaats of kan de asurne terug bijgezet of begraven worden in een concessie.
Dit artikel is uitsluitend van toepassing op inwoners.
Het is mogelijk dat de urne met as van één of meerdere al overleden gezelschapsdieren samen met de overledene wordt begraven of bijgezet in een grafkleder, urnenveld of columbariumnis.
Met gezelschapsdier wordt bedoeld: elk dier dat tam is en traditioneel in huis wordt gehouden voor
gezelschap of emotionele steun.
De urne met as van een gezelschapsdier kan bijgezet worden op voorwaarde dat hiervoor plaats is.
De urne mag nooit de plaats innemen van een urne van een overleden persoon.
De urne met de as van gecremeerde gezelschapsdier(en) mag biologisch niet afbreekbaar zijn.
De urne met de as van gecremeerde gezelschapsdier(en) volgt de bestemming van de kist of de urne van de overleden eigenaar bij opgraving.
Bij opgraving moet de as van het overleden gezelschapsdier gescheiden worden van de menselijke
resten.
Het is niet toegelaten om de as van het overleden gezelschapsdier uit te strooien op de strooiweide van de gemeentelijke begraafplaatsen.
Het college van burgemeester en schepenen bepaalt autonoom welke de graven van lokaal historisch belang zijn en maakt hiervan een lijst op.
De lijst van de graven van lokaal historisch belang kan enkel grafmonumenten bevatten, waarvan de concessie is opgeheven of die eigendom zijn van de lokale overheid naar aanleiding van de toepassing van een procedure van ontruiming.
De graftekens die op de lijst vermeld staan worden gedurende 50 jaar bewaard.
Deze termijn is verlengbaar.
Het onderhoud is ten laste van het gemeentebestuur.
Het bepalen van de erfgoedwaarde van een graf gebeurt volgens een aantal criteria.
Een graf kan aan één of meerdere criteria voldoen. Deze criteria vormen geen puntensysteem maar staan op zichzelf.
De criteria zijn de volgende:
HISTORISCHE WAARDE
VOLKSKUNDIGE WAARDE
Het grafmonument is de laatste rustplaats van een lokaal of bovenlokaal belangrijk persoon. Een
volkskundige waarde kan ook toegekend worden als er een bijzonder gebruik, ambacht of dergelijke
verbonden is met het grafmonument. Deze volkskundige waarde wordt gegeven aan grafmonumenten van:
ARCHITECTURALE WAARDE
Het grafmonument werd ontworpen door een lokaal of bovenlokaal belangrijk architect. Daarnaast is deze waarde ook van toepassing als het grafmonument op zich van architecturaal belang is.
ARTISTIEKE WAARDE
Het grafmonument is representatief voor het oeuvre van een lokaal of bovenlokaal belangrijke kunstenaar.
Daarnaast heeft een grafmonument een artistieke waarde als het een bijzondere artistieke afwerking heeft.
SOCIO-CULTURELE WAARDE
Het grafmonument is representatief voor een bepaalde bevolkingsgroep (oud-strijders, gesneuvelden, zusters van een kloostergemeenschap, …). Er kan ook een sociaal-culturele waarde aan het grafmonument toegekend worden als de begraven persoon op sociaal vlak betekenisvol was als industrieel, politicus, …
Verwaarlozing staat vast als het graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig, breuken of barsten en naam niet leesbaar is.
De verwaarlozing wordt in een akte van de burgemeester of zijn gemachtigde vastgesteld.
Een akte van verwaarlozing blijft een jaar bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt.
Na het verstrijken van die termijn en bij niet-herstelling kan het college van burgemeester en schepenen een einde maken aan de concessie en overgaan tot ontruiming.
De van ambtswege verwijderde graftekens en sierelementen worden eigendom van de gemeente.
Er wordt dan van ambtswege overgegaan tot afbraak of tot het wegnemen van de materialen.
Ingeval van dringende noodzakelijkheid kunnen graftekens of een gedeelte ervan ambtshalve door de burgemeester worden weggenomen, zonder verhaal of aanspraak op een vergoeding. De dringende noodzaak wordt door de burgemeester in een akte vastgesteld.
De akte wordt aan het betrokken graf en aan de ingang van de begraafplaats bekendgemaakt.
Zij zal verstuurd worden aan eventueel gekende nabestaanden.
Wanneer de termijn van een niet-geconcedeerd perceel of van een concessie verstreken is, maakt de burgemeester of zijn gemachtigde hiervan een akte op die aan het graf aangeplakt wordt. Het graf wordt eveneens vermeld op een lijst aan de ingang van de begraafplaats.
Na aanplakking van de akte gedurende 1 jaar, kan er worden overgegaan tot ontruiming van de percelen.
De belanghebbenden hebben het recht om bij een geplande ontruiming van een graf, de graftekens weg te nemen. De periode waarin graftekens kunnen weggenomen worden en de voorwaarden worden in de akte vermeld.
Na het verstrijken van de termijn van aanplakking, worden de graftekens eigendom van de gemeente en worden ze van ambtswege verwijderd.
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen.
In geval van ontknekeling van een perceel worden de stoffelijke resten overgebracht naar een ossuarium op de begraafplaats.
Behalve op bevel van de rechterlijke overheid, mag niet tot ontgraving worden overgegaan zonder
machtiging van de burgemeester.
De gemotiveerde aanvraag tot ontgraving moet door de aanvrager schriftelijk, gedateerd en ondertekend, gericht worden aan de burgemeester.
De burgemeester zal beslissen of al dan niet met de ontgraving kan ingestemd worden, na overweging van de aangehaalde redenen.
Na betaling van de opgravingskosten zal een datum en uur bepaald worden waarop de opgraving zal plaatsvinden.
Tarieven worden vastgelegd in het retributiereglement.
De dag en het uur van de ontgraving worden door de burgemeester bepaald. Tijdens de opgraving wordt het grafperceel visueel afgeschermd voor het publiek. De toegang tot de gehele begraafplaats kan tijdelijk geweigerd worden.
Bij de ontgraving van stoffelijke resten zullen enkel daartoe gerechtigde personen toegelaten worden.
Bij overbrenging van de stoffelijke resten naar een andere gemeente, is een voorafgaandelijke machtiging vereist van enerzijds de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de persoon begraven ligt en anderzijds van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de nieuwe bestemming.
Voor een crematie na ontgraving is de toestemming vereist van de procureur des konings van het
arrondissement van de plaats waar de aanvrager zijn hoofdverblijfplaats heeft, de plaats van overlijden, de plaats waar het stoffelijk overschot begraven is of de plaats waar het crematorium zich bevindt.
Bij de aanvraag van toestemming tot ontgraving moet een attest van de laatste wilsbeschikking van de overledene worden gevoegd.
De kisting en transport moeten gebeuren volgens de wettelijke bepalingen.
De aanvrager neemt alle kosten op zich.
In de afgebakende natuurbegraafplek op de begraafplaats van Waarschoot en Vinderhoute is het toegelaten de as van de overledene te begraven in 100% biologisch afbreekbare urnen of de begraving van de as rechtstreeks in de grond zonder de urne.
De urnen moeten aangeboden worden in biologisch afbreekbaar omhulsel. Toegestane materialen zijn:
papier, hout, klei, leem, zetmeel. Dit omhulsel mag geenszins elementen van ijzer, glas, lood, plastic of andere niet-biologisch afbreekbare materialen bevatten.
Er mogen geen herdenkingselementen of beplanting aangebracht worden op de plaats waar de persoon begraven is.
Tijdens de begrafenis mogen losse bloemen in natuurlijk materiaal op de rustplaats gelegd worden. Na 14 dagen worden deze verwijderd.
De naamgegevens kunnen indien gewenst een gestandaardiseerd naamplaatje aangebracht worden op de gedenkzuil aan de strooiweide, aangebracht door het gemeentebestuur en dit aan de prijs van de concessie per naamplaatje vastgesteld in het retributiereglement.
De graftekens moeten zodanig worden opgericht en onderhouden dat zij de veiligheid, doorgang en onderhoudswerken niet belemmeren, noch schade veroorzaken aan andere monumenten, graftekens of aanwezige verhardingen.
Geen enkel grafteken mag worden geplaatst zonder voorafgaande kennisgeving aan de gemeentelijke diensten. Deze diensten duiden de correcte ligging, rooilijn en afstanden van het graf of de bijzetting aan.
Bij het plaatsen van graftekens dienen alle voorbereidende werken volledig buiten de muren van de begraafplaats te worden uitgevoerd.
Voor het plaatsen van grafzerken en grafmonumenten is het verplicht een degelijke fundering met draagpalen aan te brengen. De fundering moet zodanig worden uitgevoerd dat de stabiliteit, veiligheid en duurzaamheid van het grafteken gedurende de volledige concessietermijn gewaarborgd blijven. De draagpalen dienen geplaatst te worden volgens de regels van goed vakmanschap en aangepast te zijn aan de aard, afmetingen en het gewicht van het grafmonument. Echter is het gebruik van materiaal uit kunststoffen verboden.
Na de plaatsing van graftekens mogen geen materialen, afval of voertuigen op de begraafplaats worden achtergelaten.
Het is verboden graftekens te plaatsen:
Beschadigingen aan lanen, paden, wegeltjes, verhardingen of andere graftekens moeten onmiddellijk gemeld worden aan de dienst Wegen, Groen en Mobiliteit en dienen na uitvoering van de werken onverwijld in hun oorspronkelijke staat hersteld te worden.
De verantwoordelijkheid en de kosten voor deze herstellingen zijn volledig ten laste van de uitvoerder van de werken en/of de opdrachtgever.
Niemand mag een grafteken verwijderen zonder voorafgaande machtiging van het gemeentebestuur.
Het is niet toegelaten vaste gedenktekens te plaatsen op de strooiweide.
Op de strooiweide mogen enkel bloemen worden neergelegd op de daartoe voorziene plaats. Deze bloemen kunnen na drie weken of bij verwelking ambtshalve worden verwijderd.
Het aanbrengen van afsluitingen, omheiningen of andere afbakeningen rond grafpercelen is verboden.
Deze bepalingen zijn niet-limitatief. Het gemeentebestuur kan bijkomende voorschriften opleggen in het kader van veiligheid, beheer, onderhoud of de goede orde op de begraafplaats.
Op de percelen voorbehouden voor begravingen in een betalende grondconcessie (concessie volle grond) moet een rechtopstaand grafteken geplaatst worden al dan niet in combinatie met een liggend deel. Ten vroegste binnen de 6 maanden en ten laatste binnen de 12 maanden, dit met volgende afmetingen:
| Stoffelijk overschot of urne |
Lengte |
Breedte |
Hoogte liggend deel |
Hoogte rechtopstaand deel |
| Graf persoon - 12 jaar |
1,50 m |
0.80 m |
Max 0,5 m |
Max 1 m |
| Graf persoon + 12 jaar |
2,00 m |
1,10 m |
Max 0,5 m |
Max 1,2 m |
| Urne volle grond |
0,50 m |
0,50 m |
0,05 m |
/ |
De vermelde afmetingen hebben betrekking op een concessie voor één persoon.
Bij een concessie voor twee personen worden deze afmetingen verdubbeld.
Het plaatsen van een gedenkteken voor de overledene is verplicht. Bij een concessie voor twee personen kan ervoor gekozen worden om de grafzerk over de volledige breedte van het perceel te plaatsen, dan wel enkel ter hoogte van de overledene.
Het niet ingenomen gedeelte van het perceel wordt door de gemeente ingezaaid en als gazon onderhouden.
Na het overlijden van de tweede persoon dient de grafzerk te worden aangepast zodat één doorlopend en visueel samenhangend geheel ontstaat. Het is niet toegelaten een tussenruimte te laten tussen de liggende delen van de grafzerken.
Binnen de grafzerk mag beplanting worden aangebracht en onderhouden door de concessiehouder (zie artikel 75).
Er kan eveneens gekozen worden voor een uitsluitend rechtopstaand gedenkteken. In dat geval dient dit geplaatst te worden op een ondersokkel die zich uitstrekt over de volledige breedte van het perceel en aansluit op de naastliggende percelen. De sokkel heeft een minimale breedte van 0,30 m en een minimale hoogte van 0,08 m.
De totale hoogte van het gedenkteken blijft beperkt tot:
De overige zone wordt door de gemeente ingezaaid en onderhouden als gazon. Indien voor deze optie wordt gekozen, is het niet toegelaten eigen beplanting aan te brengen. De vrije zone dient te allen tijde als gazon behouden te blijven.
Het grafteken moet vervaardigd zijn uit duurzaam materiaal dat minstens de duur van de aangegane concessie kan behouden blijven.
Het grafteken moet in overeenstemming zijn met het beeldbepalend karakter van de begraafplaats en mag het algemene uitzicht ervan niet verstoren. Indien de graftekens of sierelementen afwijken van de meest voorkomende grafelementen op de begraafplaats, dient hiervoor vooraf een aanvraag te worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen.
In geval van een bijzetting in het grondperceel moet het grafmonument door de nabestaanden of de begrafenisondernemer worden verwijderd.
Op de percelen voorbehouden voor begravingen in een niet-geconcedeerd graf (gewone grond) moet er verplicht een grafteken worden geplaatst ten vroegste binnen de 6 maanden en ten laatste binnen de 12 maanden en heeft volgende afmetingen:
| Type begraving |
Lengte |
breedte |
Hoogte liggend deel |
Hoogte rechtopstaand deel |
| Graf volle grond** |
1,7 m |
0,8 m |
Max 0,5 m |
Max 1 m |
| Urne volle grond |
0,5 m |
0,5 m |
0,05 m |
/ |
** 0,65 m tussen de grafzerken wordt voorzien in gazon, dit behoord niet tot de concessie en wordt onderhouden door het gemeentebestuur.
Op de percelen voorbehouden voor grafkelders moet een grafteken geplaatst worden die de afmetingen van de kelder bedekten aansluit op de naaste grafkelder en maximum 1,20 m hoog is.
De ondergrondse delen van de grafkelders worden aangeleverd en zijn eigendom van gemeente.
Een grafteken is verplicht en moet aangebracht zijn binnen het jaar van de eerste begraving.
Het grafteken moet in overeenstemming zijn met het beeldbepalend karakter van de begraafplaats en mag het algemene uitzicht niet verstoren. Indien de graftekens of sierelementen afwijken van de meest voorkomende grafelementen op de begraafplaats moet een aanvraag ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Het grafteken moet opgebouwd worden uit materiaal dat minstens de duur van de aangegane concessie meegaat.
Bij het openen van een grafkelder zullen enkel daartoe gerechtigde personen toegelaten worden.
| Type begraving |
Lengte |
breedte |
Hoogte liggend deel |
Hoogte rechtopstaand deel |
| Kelder ondergronds |
2,3 m |
0,9 m |
Max 0,5 m |
Max 1,2 m |
| Kelder bovengronds |
2,3 m |
0,9 m |
0,9 m |
Max 1,8 m |
Op de percelen die voorbehouden zijn voor urnenkelders voorziet het lokaal bestuur de urnenkelder en de afdeksteen. Deze blijven eigendom van het gemeentebestuur.
Op de urnenkelder wordt een naamplaat aangebracht volgens onderstaande norm:
Bij het aangaan van een concessie is het verplicht een inscriptie met de gegevens van de overledene(n) aan te brengen.
Per urnenkelder kunnen maximaal twee asurnen worden bijgezet, evenals eventueel de urne(n) van een gezelschapsdier, voor zover de beschikbare ruimte dit toelaat. De afmetingen van de urnen dienen hierop afgestemd te zijn.
De grondoppervlakte rond de urnenkelder wordt afgewerkt met siersteentjes tot aan de onderrand van de blauwe hardsteen en binnen de afgebakende boordsteen. Deze aanleg maakt deel uit van de gemeentelijke inrichting en dient in de bestaande staat te worden behouden.
De afdeksteen blijft eigendom van het lokaal bestuur en mag op geen enkele wijze worden gewijzigd of beschadigd. Het is niet toegelaten om elementen vast of los te plaatsen op de deksteen, enkel op de naamplaat.
Bij hernieuwing of beëindiging van de concessie wordt de staat van de afdeksteen gecontroleerd. De concessiehouder is verantwoordelijk voor eventuele schade die tijdens de concessieduur werd toegebracht.
Op de afdeksteen mogen geen sierelementen of beplantingen worden aangebracht, met uitzondering van de naamplaat.
Foto’s zijn toegelaten, met een maximum van twee exemplaren, mits zij vlak of onder een hellingshoek van maximaal 30° op de naamplaat worden aangebracht en een maximale afmeting hebben van 10 cm x 15 cm.
Het plaatsen van een verticaal sierelement is toegestaan, met een maximale hoogte van 35 cm en een maximale breedte van 15 cm, uitsluitend op de naamplaat.
Rond de urnenkelders mogen enkel bloemen en planten bovengronds worden geplaatst binnen het voorziene perk en aangrenzend aan het grafteken of de afdekplaat. Deze aanplant mag niet hinderlijk zijn voor de bestaande beplanting of het gras en dient het uniforme karakter van de begraafplaats te respecteren.
Op de percelen voorbehouden voor columbariumnissen, voorziet het lokaal bestuur zelf de nis. Deze zijn eigendom van de gemeente.
Het aanbrengen van een naamplaat is verplicht en moet door de nabestaanden worden aangebracht.
Enkel voor de deelgemeenten Lovendegem en Vinderhoute oude gedeelte wordt de naamplaat aangeleverd door de gemeente, hiervoor wordt een tarief aangerekend vastgelegd in het retributiereglement en dit tot einde beschikbaarheid.
Er kunnen max. 2 asurnen in een columbariumnis bewaard worden en eventueel de urne(n) van een gezelschapsdier in zoverre de beschikbare ruimte dit toelaat. De afmeting van de urnen moeten hierop afgestemd zijn.
Planten en herdenkingsvoorwerpen moeten binnen de afmetingen van het grafperceel worden geplaatst, en dit steeds in een plantvak dat geïntegreerd is in de grafzerk. Enkel beplanting zonder grafsteen is niet toegelaten.
De beplanting mag maximaal 0,5 m hoog zijn. Het onderhoud ervan valt ten laste van de concessiehouder. Bij gebrekkig onderhoud kan de concessie worden opgenomen in de verwaarlozingsprocedure.
Beplanting en herdenkingsvoorwerpen die buiten de afmetingen worden geplaatst, zullen van ambtswege door de bevoegde gemeentedienst weggenomen worden.
Beplanting die is aangebracht door het lokaal bestuur mag niet verwijderd worden.
Beplanting is niet toegelaten op de verharde wegen of op de strooiweide of aan de gedenkzuilen.
Beplanting buiten de percelen mag enkel aangebracht worden door de gemeentediensten of opdrachthouder.
Bloemen en planten op de graven aangebracht, moeten steeds in goede staat onderhouden worden.
Wanneer ze afgestorven zijn, moeten ze verwijderd worden. Bij gebreke hiervan zullen de opruiming en verwijdering gebeuren door de bevoegde gemeentedienst.
Aan de rand van de strooiweide zijn enkel natuurlijke bloemen en planten toegelaten. Op de strooiweide zelf mogen geen bloemen, bloemstukken en/of planten voorzien worden.
Het is verboden om putten te maken of zaken in te graven buiten het toegewezen grafperceel en de
grafconstructie.
Bloemen en planten, rond de periode van 1 en 2 november geplaatst, worden ambtshalve verwijderd vanaf de eerste werkdag van de maand december. Bloemen en bloemstukken worden in hun geheel weggenomen, inclusief de sierpotten en/of schaaltjes. Deze worden na verwijdering niet in bewaring genomen.
Planten mogen niet ingegraven worden, de gemeente voorziet hiervoor plantstokken.
Bij de nieuwe columbariumnissen (2026) mag er geen beplanting en sierelementen worden aangebracht op de nissen zelf.
Bij de afscheidsceremonie zijn bloemen en planten toegelaten voor de columbariummuur.
Wanneer ze afgestorven zijn, moeten ze verwijderd worden. Bij gebreke hiervan zullen de opruiming en verwijdering gebeuren door de bevoegde gemeentedienst.
Enkel echte bloemen worden toegestaan, nepplanten en nepbloemen zijn verboden en zullen worden verwijderd.
De gemeentediensten staan in voor het globaal onderhoud van de begraafplaatsen. Dit omvat o.a. de paden, gebouwen, grasperken, bloemenweides, planten en bomen.
Het onderhoud van de graftekens, graven en alle elementen binnen de grafconstructie op de
gemeentelijke begraafplaatsen berust bij de belanghebbende familie of aangestelde.
Het gemeentebestuur staat niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen en is niet aansprakelijk voor de op de begraafplaatsen gepleegde diefstallen.
Het gemeentebestuur is niet verantwoordelijk voor beschadigingen ontstaan aan grafteken, veroorzaakt door onvoorziene gebeurtenissen.
Bij een terugneming van een perceel wegens openbaar belang of dienstnoodwendingen kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding.
Zij hebben slechts recht op het kosteloos bekomen van een perceel of nis van dezelfde afmetingen op een ander deel van de begraafplaats, tot op het einde van de concessietermijn. De eventuele kosten voor het overbrengen van de stoffelijke overschotten en van de graftekens zijn ten laste van het gemeentebestuur.
Bij een sluiting en/of wijziging van de bestemming van de begraafplaats, kunnen de
concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding.
Zij hebben slechts recht op het bekomen van een perceel of nis van dezelfde afmetingen op een andere gemeentelijke begraafplaats, tot het einde van de concessietermijn.
Bij een gemeenteraadsbeslissing tot overbrenging van graven naar een andere gemeentelijke begraafplaats, zijn de kosten voor het overbrengen van de stoffelijke resten en het grafteken ten laste van het gemeentebestuur.
De inbreuken op de bepalingen van dit reglement worden bestraft met de straffen bepaald in
artikel 315 van het strafwetboek.
Alle gevallen die niet in dit reglement voorzien zijn, worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen, in zoverre zij niet door een wet, besluit of decreet aan een andere overheid worden toegewezen.
Dit reglement treedt in werking op 01 januari 2026.
Het reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen van 26 mei 2021 wordt opgeheven vanaf 01 januari 2026.
Een concessie is een vergunning van de gemeente Lievegem voor het gebruik van een perceel of
plaats op de begraafplaats, als rustplaats voor een stoffelijk overschot, gedurende de overeengekomen
periode.
Een niet-geconcedeerd perceel is een perceel of plaats op de begraafplaats dat gratis ter beschikking wordt gesteld, als rustplaats voor een stoffelijk overschot voor een termijn van 15 jaar.
Een graf is de rustplaats van een overledene volgens één van de aangeboden begraafvormen op de begraafplaats.
Een grafteken is iedere constructie, zerk, kruis, sierplaat of gelijkaardig herinnerings- of identificatieteken op een rustplaats.
Een grafperceel is een stuk grond op de begraafplaats die ter beschikking wordt gesteld als rustplaats voor een overledene en waarop een grafteken mag worden aangebracht.
Een graf- of urnenkelder is een betonnen constructie voor het begraven van kisten of urnen.
Een columbarium is een urnenmuur, een muur opgedeeld in vakken bestemd voor asurnen.
Bij een ontruiming wordt het grafteken en/of het stoffelijk overschot verwijderd uit het graf om de locatie opnieuw te kunnen aanbieden.
Een ontgraving is een stoffelijk overschot of asurne uit een graf halen om het een nieuwe bestemming te geven.
Een knekelput of knekelgraf is een verzamelgraf waar stoffelijke resten van overledenen in worden
verzameld nadat het oorspronkelijke graf van de overledene is ontruimd.
Een retroactieve thuisbewaring is een asurne die begraven is of in een columbarium is bijgezet op de begraafplaats (tijdelijk) mee naar huis nemen.
ABB
Op de raadpleegomgeving van Lokaal bestuur Lievegem
Artikel 1
De gemeenteraad stelt het huishoudelijk reglement voor de begraafplaatsen van Lievegem vast.
Artikel 2
Het huishoudelijk reglement voor de begraafplaatsen gaat in vanaf 1 juli 2026.
Artikel 3
De gemeenteraad heft het besluit van 20 november 2025 over het huishoudelijk reglement begraafplaatsen op vanaf 30 juni 2026.