De voorzitter opent de zitting op 25/06/2026 om 20:12.
De raad voor maatschappelijk welzijn werd geopend om 20u12.
De raad voor maatschappelijk welzijn werd geschorst om 20u13 na het behandelen van agendapunt 2. De zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn werd opnieuw geopend om 23u33. Raadslid Huysman Christophe was tijdelijk verontschuldigd bij aanvang van de raad en sloot aan na de heropening.
De raad voor maatschappelijk welzijn werd gesloten om 23u47.
Ann Boterdaele, voorzitter
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 32 en 74
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 29 april 2026 over het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn
De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de OCMW-raad worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld.
Behalve in spoedeisende gevallen worden de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering ter beschikking gesteld van de OCMW-raadsleden.
Elk OCMW-raadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de OCMW-raad worden aangenomen, worden de notulen en het zittingsverslag in die zin aangepast.
Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering worden de notulen en het zittingsverslag als goedgekeurd beschouwd en worden ze ondertekend door de voorzitter van de OCMW-raad en de algemeen directeur.
Het zittingsverslag is te bekijken op Gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn 21 mei 2026
De OCMW-raad keurt de notulen en het zittingsverslag van de OCMW-raadszitting van 21 mei 2026 goed.
Steven Lambert, schepen
Het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikelen 41, 3°, 249, 250, 260 en 262
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 over de beleids- en beheerscyclus
OCMW-raadsbesluit van 18 december 2019 houdende goedkeuring meerjarenplan 2020 - 2025 deel OCMW Lievegem
OCMW-raadsbesluit van 16 december 2020 houdende meerjarenplan 2020 - 2025 - aanpassing 1 deel OCMW Lievegem
OCMW-raadsbesluit van 22 december 2021 houdende meerjarenplan 2020 - 2025 - aanpassing 2 deel OCMW Lievegem
OCMW-raadsbesluit van 21 december 2022 houdende meerjarenplan 2020 - 2025 - aanpassing 3 deel OCMW Lievegem
OCMW-raadsbesluit van 20 december 2023 houdende meerjarenplan 2020 - 2026 - aanpassing 4 deel OCMW Lievegem
OCMW-raadsbesluit van 23 januari 2025 houdende meerjarenplan 2020 - 2026 - aanpassing 5 deel OCMW Lievegem
Gemeenteraadsbesluit van 25 juni 2026 houdende jaarrekening 2025 deel gemeente Lievegem: vaststelling
Besluit van het vast bureau van 9 juni 2026 houdende kennisname van de jaarrekening 2025 deel ocmw
Overeenkomstig artikel 260 , tweede en derde lid, van het Decreet Lokaal Bestuur bestaat de jaarrekening uit een beleidsevaluatie, een financiële nota en een toelichting en wordt deze vastgesteld voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
De jaarrekening werd 14 dagen voor de gemeenteraadszitting via het notuleringsprogramma ter beschikking gesteld van de raadsleden.
Conform artikel 249 § 3 van het Decreet Lokaal Bestuur stemmen de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn hun deel van elk beleidsrapport. Nadat de raden zo het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.
Het boekjaar sluit per 31 december 2025 af met volgende kerncijfers :
Evenwichtscriteria
Balans op 31 december 2025
Staat van opbrengsten en kosten op 31 december 2025
Na opmaak van de jaarrekening 2024 blijkt het “beschikbaar budgettair resultaat” dus 7.897.018 euro beter in vergelijking met wat voor boekjaar 2025 was vooropgesteld in het meerjarenplan 2020 - 2026 zoals vastgesteld door de raad op 23 januari 2025.
Er werden nog heel wat investeringskredieten overgedragen van 2024 naar 2025 (cfr. decreet lokaal bestuur, art. 258) op basis van het collegebesluit van 24 februari 2026 waarbij voor 1.312.776 euro aan kredieten voor investeringsontvangsten en 9.434.809 euro aan kredieten voor investeringsuitgaven werden overgedragen. Per saldo is dit 8.122.033 euro dat in de loop van het boekjaar 2026 nog kan worden aangewend.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de jaarrekening 2025, deel OCMW Lievegem, vast zoals terug te vinden in bijlage en als dusdanig deel uitmakend van dit besluit.
Hilde De Graeve, schepen
De wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW’s (in het bijzonder art. 1 en art. 57, §1)
De wet van 4 september 2002 betreffende de toewijzing van een opdracht aan de OCMW’s in de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering
De wet van 15 december 2021 houdende maatregelen in het licht van de hoge energieprijzen in 2021
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 78 3° over de bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn
Het Energiebesluit van de Vlaamse Regering d.d. 19 november 2010, meer bepaald artikel 5.4.6 tot en met 5.4.10
Het koninklijk besluit van 30 januari 2019 betreffende de uitbreiding van de maatregel gasconvector
Het koninklijk besluit van 26 december 2022 over de dringende maatregelen inzake energiesteunen ter bestemming van de doelgroep van de centra voor maatschappelijk welzijn voor het jaar 2022 en 2023
Omzendbrief preventief sociaal energiebeleid van 13 april 2010
Omzendbrief van 23 december 2021 over een éénmalige verhoging van het gas- en elektriciteitsfonds met 16 miljoen euro
Omzendbrief van 23 januari 2023 over een bijkomende toelage van €37 miljoen in het kader van het gas- en elektriciteitsfonds
Het besluit van de raad van maatschappelijk welzijn van 29 november 2023 tot vaststelling van het reglement tussenkomst uit het energiefonds
Het besluit van het vast bureau van 31 maart 2026 betreffende de principiële goedkeuring van het reglement tussenkomst uit het energiefonds
Het Fonds voor gas en elektriciteit is een federaal fonds dat is opgericht in september 2002 en dat bedoeld is om de meest behoeftigen op het vlak van energievoorziening te begeleiden en financiële bijstand te verlenen. Het fonds wordt gevoed door de energiemaatschappijen (via een bijdrage die wordt aangerekend op elke energiefactuur).
Via dat fonds ontvangen de OCMW's sinds 2003 jaarlijks volgende subsidies:
Voor de jaren 2023 en 2024 ontvingen wij tijdens de energiecrisis een extra subsidie van het Energiefonds voor cliënten met energieschulden. Deze extra subsidie ontvingen wij gedurende 2 jaar en die bedroeg 11.951,41 euro per jaar.
Het reglement financiële tussenkomst uit het Energiefonds werd daarom in 2023 aangepast en uitgebreid met een nieuwe doelgroep, namelijk cliënten die de minimale levering voor aardgas en/of elektriciteit hebben aangevraagd in de winterperiode en die de eigen bijdrage (bijdrage die Fluvius niet ten laste neemt, 30% van de tussenkomst) niet kunnen betalen. Op die manier konden we de 30% tussenkomst door het OCMW (70% is ten laste van Fluvius) via het Energiefonds terugvorderen.
Bovendien hadden we toen het reglement uitgebreid met een maandelijkse tussenkomst in de voorschotfacturen van april tot september.
Sinds 2025 is de bijkomende subsidie weggevallen en vallen we terug op de oorspronkelijke subsidie van circa 12.000 euro per jaar.
De categorieën die tijdens de periode van verhoging subsidies werden toegevoegd, halen we nu opnieuw uit het reglement. Op die manier zou de subsidie opnieuw moeten volstaan om de energiepremies te financieren.
Een reglement voor tussenkomst uit het Energiefonds is niet verplicht maar vinden wij wel noodzakelijk om een gelijke verdeling van de subsidiemiddelen over de inwoners met energieschulden te kunnen bekomen.
Het reglement voorziet ook in een luik preventieve maatregelen waarvoor tussenkomst kan gevraagd worden in het kader van deze subsidie.
Het ontwerp van het aangepaste reglement is toegevoegd als integrale bijlage. De aanpassingen aan het huidige reglement zijn geel gemarkeerd. Het huidige reglement werd ook als bijlage toegevoegd.
Voor het toekennen van steun op basis van het vooropgestelde reglement is het benodigde krediet beschikbaar onder jaarbudgetrekening xxxx/GBB-WELZYN/0900-00/6481050/OCMW/VB/IP-GEEN.
De toelagen vanuit het energiefonds worden geregistreerd onder jaarbudgetrekening xxxx/GBB-WELZYN/0900-00/7408999/OCMW/VB/IP-GEEN.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het reglement financiële tussenkomst uit het Energiefonds vast. Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2026.
Artikel 2
Het reglement financiële tussenkomst uit het Energiefonds, vastgesteld in de raad voor maatschappelijk welzijn van 29 november 2023 wordt opgeheven op 30 juni 2026.
Hilde De Graeve, schepen
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 78-3° over de bevoegdheid van de OCMW-raad bij de vaststelling van reglementen
Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 29 januari 2020 betreffende de goedkeuring van het reglement participatie en sociale activering.
Het koninklijk besluit participatie en sociale activering werd afgeschaft en de OCMW's krijgen vanaf 1 januari 2026 geen subsidie meer om cliënten een premie toe te kennen ter bevordering van participatie en sociale activering.
In het meerjarenplan 2026-2032 werd een eigen budget voor participatie en sociale activering goedgekeurd van 5000 euro per jaar voor de jaren 2026 en 2027. In 2027 zal dit budget worden geëvalueerd en al dan niet verder worden voorzien voor de resterende jaren van het meerjarenplan.
De sociale dienst maakte een nieuw reglement op dat is gebaseerd op de maximum bedragen die waren voorzien in ons oud reglement. Er werd ook een beperking opgelegd voor welke activiteiten er nog een tussenkomst kan worden aangevraagd.
De kredieten voor de uitbetaling van de premies participatie en sociale activering aan de cliënten zijn in het meerjarenplan voorzien onder jaarbudgetrekening: 2026-2032/GBB-WELZIJN/0900-00/6481080/OCMW/VB/IP-GEEN
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het nieuwe reglement voor participatie en sociale activering vast.
Artikel 2
Dit reglement gaat in voege op 1 juli 2026.
Artikel 3
De raad voor maatschappelijk welzijn heft het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 29 januari 2020 op tot vaststelling van het reglement participatie en sociale activering.
Jeroen Van Acker, schepen
Chris De Wispelaere, schepen
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 78 tweede lid 11°, daden van beschikking over onroerende goederen
Comeet heeft interesse om lokalen te huren in het contactpunt in Waarschoot, Kerkstraat 7, 9950 Waarschoot.
Het betreft 5 lokalen op de benedenverdieping en het gebruik van sanitair en keuken. Indien nodig zal ook gebruik kunnen gemaakt worden van de vergaderzaal.
De huidige bureaus blijven staan.
Maandelijkse huurprijs: 2.000 euro
Inbegrepen in de huurprijs:
De huurprijs zal jaarlijks geïndexeerd worden op basis van de gezondheidsindex.
Comeet zal zelf instaan voor het poetsen van de lokalen.
De ontvangsten bedragen 2.000 euro per maand of 24.000 euro per jaar.
Deze ontvangsten zullen geboekt worden op jaarbudgetrekening xxxx/GBB-FIN/0119-00/7006020/OCMW/VB/IP-GEEN
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de huurovereenkomst met de intergemeentelijke projectvereniging Comeet voor de lokalen in het contactpunt van Waarschoot goed voor een maandelijks huurbedrag van 2.000 euro.
Kim Martens, burgemeester
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, inzonderheid artikel 5
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen van 30 maart 2018, inzonderheid de artikelen 6, 29 en 108
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 over het voorontwerp van de beleidsrapporten en de opvolgingsrapportering, inzonderheid artikelen 171 §4, 176 en 263
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 over de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole, het debiteurenbeheer, de thesaurietoestand, de liquiditeitsprognose, de beheerscontrole, de evolutie van de budgetten en de financiële risico's, artikel 177
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 over het systeem van klachtenbehandeling, artikel 302 en 303
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 over de jaarlijkse rapportering over de organisatiebeheersing, artikel 219
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 18 december 2019 tot vaststelling van het meerjarenplan 2020-2025
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 december 2020 tot vaststelling van de meerjarenplanaanpassing 2020-2025 - aanpassing 1
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 22 december 2021 tot vaststelling van de meerjarenplanaanpassing 2020-2025 - aanpassing 2
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 december 2022 tot vaststelling van de meerjarenplanaanpassing 2020-2025 - aanpassing 3
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 december 2023 tot vaststelling van de meerjarenplanaanpassing 2020-2025 - aanpassing 4
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 januari 2025 tot vaststelling van de meerjarenplanaanpassing 2020-2025 - aanpassing 5
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 22 mei 2025 over de jaarrekening 2024
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 19 juni 2025 over kwartaalrapportering 2025 over het eerste kwartaal 2025:kennisname
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 18 september 2025 over opvolgingsrapportering 2025 over eerste tot tweede kwartaal 2025: kennisname
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 december 2025 over kwartaalrapportering 2025 over derde kwartaal 2025: kennisname
Besluit van het vast bureau van 3 juni 2025 over kwartaalrapportering 2025 over het eerste kwartaal 2025: kennisname
Besluit van het vast bureau van 2 september 2025 over opvolgingsrapportering eerste tot tweede kwartaal 2025: kennisname
Besluit van het vast bureau van 2 december 2025 over kwartaalrapportering 2025 over derde kwartaal 2025: kennisname
Overeenkomstig artikel 263 van het decreet lokaal bestuur bepalen de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn wanneer hen een opvolgingsrapportering, met een stand van zaken van de uitvoering van het meerjarenplan, wordt voorgelegd. Hierbij wordt minstens voor het einde van het derde kwartaal een opvolgingsrapportering over het eerste semester van het boekjaar voorgelegd.
Volgens artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen hoort de opvolgingsrapportering minstens volgende elementen te bevatten:
In functie van de rapportering over het meerjarenplan 2020-2025 werd geopteerd voor een rapportering op actieniveau.
Overeenkomstig artikel 171 van het decreet lokaal bestuur staat de financieel directeur in volle onafhankelijkheid in voor:
De financieel directeur rapporteert in volle onafhankelijkheid over de volgende aangelegenheden aan de gemeenteraad, aan de raad voor maatschappelijk welzijn, aan het college van burgemeester en schepenen, en aan het vast bureau:
Overeenkomstig artikel 303, §3 rapporteert de algemeen directeur jaarlijks aan de gemeenteraad over de klachten ingediend tegen de gemeente.
Overeenkomstig artikel 219 rapporteert de algemeen directeur jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau over de organisatiebeheersing. Die rapportering gebeurt jaarlijks uiterlijk voor 30 juni van het daaropvolgende jaar.
Lokaal bestuur Lievegem wil de decretaal verplichte rapporteringen integreren tot één beleidsrapport en uitbreiden met informatie over de reguliere werking en dienstverlening. Aan de hand van dit beleidsrapport kan het beleid en het management gefundeerde beslissingen nemen en de werking op een goede manier sturen.
De kwartaalrapportering werd in 2022 opgestart met een aantal pilootteams en nadien geëvalueerd. Voor 2024 opteerden we voor een beknoptere rapportering, verplicht voor alle teams. Deze rapportering omvat per team en per kwartaal:
Ook de verplichte rapporteringen werden hierin opgenomen:
Vanaf 2024 werd de kwartaalrapportering (update prioritaire acties, verbeteracties organisatiebeheersing, informatie en statistieken dienstverlening, financiële rapportering, ...) geautomatiseerd binnen Pepperflow, een tool voor projectbeheer en monitoring. Een rapportering per kwartaal was in het verleden nog niet mogelijk wegens de opzet van het systeem en de leercurve voor de verschillende teams. Ons streefdoel blijft nog altijd een rapportering per kwartaal.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de kwartaalrapportering 2025 over het eerste tot vierde kwartaal 2025.
Kim Martens, burgemeester
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 over de jaarlijkse rapportering organisatiebeheersing, artikel 219
Besluit van het vast bureau van 9 juni 2026 over de kennisname van het rapport organisatiebeheersing periode 1 juni 2025 t.e.m. 31 mei 2026
Elk jaar moet de algemeen directeur uiterlijk op 30 juni over de organisatiebeheersing rapporteren aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau. Zo is het management transparant over de wijze waarop de organisatie omgaat met de risico's die het behalen van de doelstellingen kunnen bedreigen.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het rapport organisatiebeheersing periode 1 juni 2025 t.e.m. 31 mei 2026.
Hilde De Graeve, schepen
Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, art. 60 §7
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 78-3° over de bevoegdheid van de OCMW-raad bij de vaststelling van reglementen
In een traject tijdelijke werkervaring (waaronder tewerkstelling art.60§7 valt) is het streefdoel om de kansen op doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt te verhogen.
Tewerkstelling art.60§7 biedt de mogelijkheid om de medewerker ter beschikking te stellen bij een privéwerkgever. Voor cliënten met het geschikte profiel kan dergelijke trajecten bij een privéwerkgever de kans op een blijvende tewerkstelling in de privésector verhogen.
Sinds de invoering van het decreet Tijdelijke Werkervaring is het OCMW vanaf 01/01/2017 vrij om al dan niet een kostprijs aan te rekenen bij de terbeschikkingstelling van een medewerker art.60§7 aan een privéwerkgever.
Er wordt samengewerkt met Welzijnsband voor de opstart en begeleiding van trajecten Tijdelijke Werkervaring, vanuit de dienstverlening arbeidstrajectbegeleiding.
Het team arbeidstrajectbegeleiding van Welzijnsband Meetjesland werkt voor acht Meetjeslandse OCMW’s: Aalter, Assenede, Eeklo, Kaprijke, Lievegem, Maldegem, Sint-Laureins en Zelzate.
Voor tewerkstellingen art.60§7 vóór het decreet Tijdelijke Werkervaring OCMW mocht het OCMW de privéwerkgever het verschil aanrekenen tussen de effectieve loonkost en de toelage van de POD MI. Het doorrekenen van de loonkost op deze manier was steeds ingewikkeld en bracht voor de privéwerkgever onduidelijkheid met zich mee (o.a. over de hoogte van de factuur). Bovendien was de hoogte van de factuur afhankelijk van de individuele situatie van de cliënt, die op zich geen verband houdt met geleverde arbeidsprestaties.
Om tewerkstelling art.60§7-privé te stimuleren passen we op heden een eenvormige en duidelijke manier van facturatie aan de privéwerkgever toe, sinds 01/01/2017 vragen de OCMW’s Aalter, Assenede, Eeklo, Kaprijke, Lievegem, Maldegem, Sint-Laureins en Zelzate aan elke privéwerkgever 750 EUR/maand voor een voltijdse tewerkstelling als bijdrage in de loonkost.
Vanuit lokale besturen komt nu de vraag om deze bijdrage te herzien omdat deze bijdrage niet de volledige loonkost van een tewerkstelling art.60 dekt.
Kostprijs tewerkstelling art.60:
|
|
alleenstaande |
gezin |
||
|
|
Per jaar |
Per maand |
Per jaar |
Per maand |
| Geïndexeerde jaarwedde E1 |
28.682,28 EUR |
|
28.682,28 EUR |
|
| Standplaats/haardvergoeding |
779,16 EUR |
|
1.558,32 EUR |
|
| Vakantiegeld |
2.258,71 EUR |
|
2.318,44 EUR |
|
| Eindejaarspremie |
2.439,38 EUR |
|
2.467,43 EUR |
|
| Patronale RSZ-bijdragen |
9.337,33 EUR |
|
9.573,55 EUR |
|
| Maaltijdcheques |
215,60 EUR |
|
215.60 EUR |
|
| Verzekering AO |
242,55 EUR |
|
242,55 EUR |
|
| TOTALE LOONKOST |
43.655,01 EUR |
3.637,92 EUR |
45.058,17 EUR |
3.754,85 EUR |
| Loonsubsidie POD MI |
21.738,88 EUR |
|
21.738,88 EUR |
|
| TWE inspanningsvergoeding |
3.000 EUR |
|
3.000 EUR |
|
| TWE compensatievergoeding |
2.340 EUR |
|
2.340 EUR |
|
| TOTALE SUBSIDIE |
27.078,88 EUR |
2.256,57 EUR |
27.078,88 EUR |
2.256,58 EUR |
| Kost art.60§7 |
16.576,13 EUR |
1.381,35 EUR |
17.979,29 EUR |
1.498,27 EUR |
Bijkomend kan er een opleiding- en omkaderingspremie (artikel 61) aangevraagd worden bij POD MI van 250 EUR/maand voor maximaal 12 maanden en uitbetaald aan de privéwerkgever.
Sinds 2024 zien we binnen team arbeidstrajectbegeleiding een stijging in het aantal tewerkstellingen art.60 bij een privéonderneming: 2023: 0 2024: 1 2025: 4 2026: 6
Om tewerkstelling art.60§7-privé verder te stimuleren blijven we een eenvormige en duidelijke manier van facturatie aan de privéwerkgever voorstellen.
De aangerekende kostprijs werd indertijd afgestemd op de kostprijs van de IBO (Individuele BeroepsOpleiding).
De kostprijs van een IBO bedraagt sinds 01/01/2026 tussen de 650 EUR en 1400 EUR voor de privéwerkgever.
Het aanrekenen van een forfaitaire bijdrage in de kostprijs art.60 wordt door veel lokale besturen of samenwerkingsverbanden toegepast.
Binnen de provincie Oost-Vlaanderen wordt momenteel volgende forfaitaire bijdrage gevraagd:
|
|
Forfaitaire bijdrage privéwerkgever |
| Gent |
780 EUR/maand |
| Geraardsbergen |
500 EUR/maand |
| Aalst |
850 EUR/maand |
Rekening houdend met bovenstaande stellen we voor de forfaitaire maandelijkse kostprijs te verhogen met 100 EUR/maand. Voor nieuwe tewerkstelling art.60 wensen we 850 EUR/maand te factureren aan de privéwerkgever voor de terbeschikkingstelling van een medewerker art.60§7.
De maandelijkse kostprijs van 850 EUR/maand wordt aangerekend voor een voltijdse tewerkstelling en wordt verrekend pro rato van de tewerkstellingsbreuk bij een deeltijdse tewerkstelling.
Aan de privéwerkgever kan bijkomend een opleiding- en omkaderingspremie (artikel 61) van 250 EUR per maand gedurende maximaal 12 maanden tewerkstelling uitbetaald worden. Het OCMW kan deze toelage integraal terugvorderen van de POD MI.
Dit voorstel werd afgetoetst op het overleg Welzijnsband Sociaal op 22/04/2026 en werd een positief advies verleend door de leden van Raad van Bestuur Welzijnsband Meetjesland op 06/05/2026.
De bijdrage in de loonkost van een art. 60 privé wordt geboekt op jaarbudgetrekening : 20xx/A04.01.06/0550-00/7450000/OCMW/VB/IP-GEEN
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord om een forfaitaire bijdrage in de loonkost van 850 EUR/maand te vragen aan de privéwerkgever bij nieuwe tewerkstellingen art.60. Aan de reeds lopende tewerkstellingen art.60 blijft het OCMW een forfaitaire bijdrage van 750 EUR/maand vragen aan de privéonderneming tot einde tewerkstelling art.60.
Kim Martens, burgemeester
Decreet lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 34-2°
Statuten van Woonmaatschappij Meetjesland
De OCMW-raad is bevoegd om de vertegenwoordigers in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden aan te duiden.
Het OCMW Lievegem is lid van Woonmaatschappij Meetjesland met 328 aandelen in het aandeelhouderschap.
Het vast bureau stelt voor om een vertegenwoordiger af te vaardigen.
De vertegenwoordigers kunnen voor de volledige legislatuur aangeduid worden, mits de vertegenwoordigers voor iedere algemene vergadering gemandateerd worden.
De stemming over het aanwijzen van vertegenwoordigers van het OCMW in overlegorganen, in de organen van ander rechtspersonen en feitelijke verenigingen moeten geschieden bij geheime stemming.
Gaat over tot geheime stemming.
Stemming
Over de aanduiding van een effectieve vertegenwoordiger voor de algemene vergadering (geheime stemming):
Over de aanduiding van een plaatsvervangend vertegenwoordiger voor de algemene vergadering (geheime stemming):
Ann Boterdaele 18 stemmen voor, Kristof Creël 4 stemmen voor, Geert Claeys 1 stem voor, 2 stemmen onthouden.
Geert Claeys 18 stemmen voor, Hans Nauwynck 6 stemmen voor, Patrick Dossche 1 stem voor, 0 stemmen onthouden.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn duidt Geert Claeys, lid BCSD, Guldeland 17, 9950 Lievegem (geert.claeys@lievegem.be), aan als effectieve vertegenwoordiger voor de algemene vergadering van de Woonmaatschappij Meetjesland.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn duidt Ann Boterdaele, voorzitter gemeenteraad, Arisdonk 141A, 9950 Lievegem (ann.boterdaele@lievegem.be) aan als plaatsvervangend vertegenwoordiger voor de algemene vergadering van de Woonmaatschappij Meetjesland.
Artikel 3
Deze aanduidingen zijn geldig voor de duur van de legislatuur 2025-2030.
Hilde de Graeve, schepen
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 485 dat stelt dat de bepalingen van deel 2, titel 7, inzake het bestuurlijk toezicht van toepassing zijn op de welzijnsverenigingen en artikel 490 paragraaf 2-4 dat de procedure van het toezicht beschrijft.
Besluit van de Vlaamse Regering Artikel 193, 2e lid stelt dat de jaarrekening van de OCMW-vereniging samen met een kopie van het desbetreffende besluit tegelijkertijd verzonden wordt naar de raden voor maatschappelijk welzijn en naar de toezichthoudende overheid.
Op 27 mei 2026 keurde de Algemene Vergadering van Welzijnsband Meetjesland de jaarrekening 2025 van Welzijnsband Meetjesland goed.
In het kader van het administratief toezicht ontving het OCMW van Lievegem de jaarrekening en een kopie van het bijhorende besluit van de Algemene Vergadering.
Het is de bedoeling om deze jaarrekening 2025 voor te leggen voor kennisname en advies aan de OCMW-raad. De OCMW-raad kan binnen vijftig dagen na verzending zijn advies versturen aan de toezichthoudende overheid.
Het is uiteindelijk de gouverneur die de jaarrekening goedkeurt mits deze juist en volledig is en een waar en getrouw beeld geeft.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de jaarrekening 2025 van Welzijnsband Meetjesland.
Namens OCMW-raad,
Kenneth Pauwels
algemeen directeur
Ann Boterdaele
voorzitter