Hilde De Graeve, schepen
De wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW’s (in het bijzonder art. 1 en art. 57, §1)
De wet van 4 september 2002 betreffende de toewijzing van een opdracht aan de OCMW’s in de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering
De wet van 15 december 2021 houdende maatregelen in het licht van de hoge energieprijzen in 2021
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 78 3° over de bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn
Het Energiebesluit van de Vlaamse Regering d.d. 19 november 2010, meer bepaald artikel 5.4.6 tot en met 5.4.10
Het koninklijk besluit van 30 januari 2019 betreffende de uitbreiding van de maatregel gasconvector
Het koninklijk besluit van 26 december 2022 over de dringende maatregelen inzake energiesteunen ter bestemming van de doelgroep van de centra voor maatschappelijk welzijn voor het jaar 2022 en 2023
Omzendbrief preventief sociaal energiebeleid van 13 april 2010
Omzendbrief van 23 december 2021 over een éénmalige verhoging van het gas- en elektriciteitsfonds met 16 miljoen euro
Omzendbrief van 23 januari 2023 over een bijkomende toelage van €37 miljoen in het kader van het gas- en elektriciteitsfonds
Het besluit van de raad van maatschappelijk welzijn van 29 november 2023 tot vaststelling van het reglement tussenkomst uit het energiefonds
Het besluit van het vast bureau van 31 maart 2026 betreffende de principiële goedkeuring van het reglement tussenkomst uit het energiefonds
Het Fonds voor gas en elektriciteit is een federaal fonds dat is opgericht in september 2002 en dat bedoeld is om de meest behoeftigen op het vlak van energievoorziening te begeleiden en financiële bijstand te verlenen. Het fonds wordt gevoed door de energiemaatschappijen (via een bijdrage die wordt aangerekend op elke energiefactuur).
Via dat fonds ontvangen de OCMW's sinds 2003 jaarlijks volgende subsidies:
Voor de jaren 2023 en 2024 ontvingen wij tijdens de energiecrisis een extra subsidie van het Energiefonds voor cliënten met energieschulden. Deze extra subsidie ontvingen wij gedurende 2 jaar en die bedroeg 11.951,41 euro per jaar.
Het reglement financiële tussenkomst uit het Energiefonds werd daarom in 2023 aangepast en uitgebreid met een nieuwe doelgroep, namelijk cliënten die de minimale levering voor aardgas en/of elektriciteit hebben aangevraagd in de winterperiode en die de eigen bijdrage (bijdrage die Fluvius niet ten laste neemt, 30% van de tussenkomst) niet kunnen betalen. Op die manier konden we de 30% tussenkomst door het OCMW (70% is ten laste van Fluvius) via het Energiefonds terugvorderen.
Bovendien hadden we toen het reglement uitgebreid met een maandelijkse tussenkomst in de voorschotfacturen van april tot september.
Sinds 2025 is de bijkomende subsidie weggevallen en vallen we terug op de oorspronkelijke subsidie van circa 12.000 euro per jaar.
De categorieën die tijdens de periode van verhoging subsidies werden toegevoegd, halen we nu opnieuw uit het reglement. Op die manier zou de subsidie opnieuw moeten volstaan om de energiepremies te financieren.
Een reglement voor tussenkomst uit het Energiefonds is niet verplicht maar vinden wij wel noodzakelijk om een gelijke verdeling van de subsidiemiddelen over de inwoners met energieschulden te kunnen bekomen.
Het reglement voorziet ook in een luik preventieve maatregelen waarvoor tussenkomst kan gevraagd worden in het kader van deze subsidie.
Het ontwerp van het aangepaste reglement is toegevoegd als integrale bijlage. De aanpassingen aan het huidige reglement zijn geel gemarkeerd. Het huidige reglement werd ook als bijlage toegevoegd.
Voor het toekennen van steun op basis van het vooropgestelde reglement is het benodigde krediet beschikbaar onder jaarbudgetrekening xxxx/GBB-WELZYN/0900-00/6481050/OCMW/VB/IP-GEEN.
De toelagen vanuit het energiefonds worden geregistreerd onder jaarbudgetrekening xxxx/GBB-WELZYN/0900-00/7408999/OCMW/VB/IP-GEEN.
REGLEMENT FINANCIËLE TUSSENKOMST UIT HET ENERGIEFONDS
OR 25 juni 2026
Doelstelling
De OCMW’s kregen bij wet van 4 september 2002 de opdracht om begeleiding en financiële steunverlening te geven aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering.
Deze wet voorzag in de mogelijkheid om een energiefonds op te richten dat openbare dienstverplichtingen deels of volledig kan financieren.
De dienstverlening van de OCMW’s aan cliënten, die moeilijkheden ondervinden bij het betalen van hun (energie)facturen, maakt deel uit van die openbare dienstverplichtingen.
De meest kwetsbaren hebben het vaak moeilijk om de hoge energiekosten te betalen.
De overheid voorziet middelen ter financiering van deze wettelijke opdracht van de OCMW’s.
Naast een financiële compensatie, wil het OCMW ook inzetten op een preventief sociaal energiebeleid: cliënten informeren over mogelijke energiebesparing in hun huishouden o.a. onder de vorm van een energiescan en de aankoop van energiezuinige toestellen.
Juridisch kader
- De wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW’s (in het bijzonder art. 1 en art. 57, §1)
- De wet van 4 september 2002 betreffende de toewijzing van een opdracht aan de OCMW’s in de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering
- Het decreet lokaal bestuur
- Het Energiebesluit van de Vlaamse Regering d.d. 19 november 2010, meer bepaald artikel 5.4.6 tot en met 5.4.10.
- De omzendbrief preventief sociaal energiebeleid van 13 april 2010
- Koninklijk besluit van 30 januari 2019 betreffende de uitbreiding van de maatregel gasconvector
- Wet van 15 december 2021 houdende maatregelen in het licht van de hoge energieprijzen in 2021
- de omzendbrief van 23 december 2021 over een eenmalige verhoging van het gas- en elektriciteitsfonds met 16 miljoen euro
- Het koninklijk besluit van 26 december 2022 houdende dringende maatregelen inzake energiesteunen ter bestemming van de doelgroep van de centra voor maatschappelijk welzijn voor het jaar 2022 en voor het jaar 2023
- De omzendbrief van 23 januari 2023 betreffende een bijkomende toelage van € 37 miljoen in het kader van het gas -en elektriciteitsfonds
Doelgroep
Inwoners van Lievegem komen in aanmerking voor een financiële tussenkomst in het kader van het energiefonds indien ze voldoen aan één van de volgende voorwaarden:
- de aanvrager heeft in het lopende kalenderjaar recht op maatschappelijke dienstverlening van het OCMW
- de aanvrager heeft moeilijkheden om de gas- en elektriciteitsrekeningen te betalen
- de aanvrager heeft een prepaidmeter of een budgetmeter en heeft moeilijkheden om deze op te laden
Naast de mogelijkheid om zelf een aanvraag in te dienen, kunnen ook andere instanties aanvragers verwijzen (bijvoorbeeld lokale adviescommissie, geïntegreerd breed onthaal …)
Bijkomende voorwaarden:
- om in aanmerking te komen voor een tussenkomst moet de behoeftigheid aangetoond worden op basis van een sociaal verslag en het maandbudget opgemaakt in de tool REMI sociaal (overzicht van de inkomsten en uitgaven van het ganse gezin).
- de aanvrager engageert zich om een energie- of opvolgscan te laten uitvoeren in zijn woning.
Volgende aanvragers komen niet in aanmerking voor een financiële tussenkomst:
- kamer- of studiohuurders waarvan de verwarming in de huur is inbegrepen of waarvoor de verwarmingskosten forfaitair worden verdeeld onder het aantal inwoners
- aanvragers die niet hun gewoonlijke verblijfplaats in Lievegem hebben; met uitzondering van de aanvragers waarvoor OCMW Lievegem bevoegd is (bijvoorbeeld studenten)
- aanvragers die verblijven in een instelling
- eigenaars van een onroerend goed, tenzij het gaat om de enige eigendom die ze bewonen
Financiële tussenkomst
De middelen van het energiefonds moeten aangewend worden voor:
A. Een tegemoetkoming inzake de aanzuivering van niet-betaalde facturen
Het OCMW krijgt de mogelijkheid om een deel of het geheel van een schuld te betalen om de aanvrager in staat te stellen op een nieuwe of meer haalbare basis te beginnen.
Er moet op zijn minst sprake zijn van gas- of elektriciteitsrekeningen. Ook andere facturen kunnen in rekening worden gebracht indien dit kan helpen om de situatie van schuldoverlast van de betrokkene te verlichten en hem in een evenwichtige financiële situatie brengt. Schuldbegeleiding dient immers te vertrekken vanuit een globale aanpak om een duurzaam resultaat te kunnen geven.
De aanvragers die tot de doelgroep behoren en aan de toekenningsvoorwaarden voldoen, kunnen per kalenderjaar een maximale tussenkomst van 500 euro per gezin krijgen na goedkeuring van het BCSD.
B. Maatregelen in het kader van een preventief sociaal energiebeleid
Naast deze individuele financiële aanpak biedt de wet ook de mogelijkheid om op een preventieve manier te vermijden dat kosten voor energie blijven oplopen.
Gepersonaliseerde energiediagnose
De aanvrager van een financiële tussenkomst engageert zich ook om een energiescan (of opvolgscan) te laten uitvoeren in zijn woning. De scan wordt uitgevoerd door Wooneco. De maatschappelijk werker doet een V-test (indien de aanvrager geen klant is bij de sociale leverancier omwille van achterstallige betalingen en/of geen sociaal tarief heeft) en geeft gericht advies bij de keuze van een energieleverancier.
Energiezuinige aankopen
Aanvragers die energiezuinige aankopen willen doen maar hiervoor niet beschikken over de nodige financiële middelen, kunnen hiervoor een individuele steun aanvragen bij het OCMW.
De maatschappelijk werker bekijkt samen met de aanvrager de mogelijkheden voor korting via de netbeheerder en/of voert een sociaal onderzoek waarin het recht op een individuele steun onderzocht wordt.
Het OCMW kan tegemoet komen in de kosten voor efficiëntere en veiligere toestellen
Bijvoorbeeld:
- tweevoudige meter
- budgetmeter
- aankoop spaarlampen
- aankoop wattmeters
- aankoop van stekkerdozen met schakelaar
- aankoop van een pelletkachel
- aankoop van een spaardouchekop
- aankoop of hulp bij de aankoop van koelkast of wasmachine klasse A+
- aankoop lamp met een lager verbruik
Het OCMW kan tegemoet komen in het toezicht op, het onderhoud of het conform maken van toestellen voor energie
Bijvoorbeeld:
- installatie van een performanter stroomcircuit
- vegen van schoorstenen
- onderhoud van verwarmingsketels
Het OCMW kan tegemoet komen in de vermindering van het energieverbruik
Bijvoorbeeld:
- aankoop van overgordijnen
- isolatie van verwarmingsbuizen
- producten om spleten te dichten onder aan de deuren of rond oud raam- of lijstwerk
- tochthond
- plaatsing van reflectoren
- kamerthermostaten
- thermostatische kranen
Het OCMW kan tegemoet komen in de financiering van werken ter vermindering van de energiekost, zelfs in het kader van ruwbouwwerken.
Dit dient betrekking te hebben op de woonst van iemand van de doelgroep.
Bijvoorbeeld:
- isolatie van daken, muren, vloeren en buitendeuren
- dubbele beglazing en performant raamwerk
- blinden
- isolatie van verwarmingsbuizen
- vervanging van verwarmingsinstallatie
- tussenkomst in de financiële kost van leningen gericht op energiebesparing
Indien de aanvrager recht heeft op de korting van de netbeheerder wordt deze afgetrokken van het aankoopbedrag waarvoor steun wordt gevraagd.
Het maximumbedrag van deze tussenkomst is 500 euro per gezin per jaar en kan gecumuleerd worden met de financiële tussenkomst uit punt A.
Gasconvector
De wijziging ingevoerd door het besluit van 30 januari 2019 voorziet de vervanging van een verwarmingssysteem op elektriciteit of kolen door een gasverwarmingssysteem met hoog rendement.
Deze aanpassing legt de nadruk op het feit dat het OCMW voor de begunstigde een energiealternatief in overweging neemt dat een reële invloed heeft op het energieverbruik en dat in overeenstemming is met het streven naar energieduurzaamheid.
In het kader van de maatregel kan het OCMW steun verlenen voor een maximumbedrag van 2.000 euro per woning.
De kosten die voortvloeien uit de installatie kunnen worden ten laste genomen in het kader van deze maatregel of kunnen worden ingevoerd in het kader van het deel dat in artikel 6 voorbehouden is voor preventieve maatregelen.
Team financiën, team welzijn, team communicatie
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het reglement financiële tussenkomst uit het Energiefonds vast. Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2026.
Artikel 2
Het reglement financiële tussenkomst uit het Energiefonds, vastgesteld in de raad voor maatschappelijk welzijn van 29 november 2023 wordt opgeheven op 30 juni 2026.