Freddy Haegeman, schepen
Decreet over het lokaal bestuur, Artikel 56. van 22 december 2017
Decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, Artikel 4. van 16 januari 2004
Decreet tot wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, het decreet van 12 juli 2013 houdende toekenning van subsidies voor gebouwen van de eredienst, gebouwen voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en crematoria en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
Besluit van de Vlaamse regering tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria van 14 mei 2004.
Omzendbrief BA-2006/03 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten.
Besluit van de gemeenteraad van 26 mei 2021 betreffende huishoudelijk reglement begraafplaatsen
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 21 oktober 2025 over Huishoudelijk reglement begraafplaatsen: principiële goedkeuring
Om de serene en respectvolle uitstraling van onze begraafplaatsen te waarborgen, wordt een nieuw reglement ingevoerd dat streeft naar uniformiteit op de zeven gemeentelijke begraafplaatsen.
Deze uniformiteit draagt bij aan:
Daarnaast wordt in het nieuwe reglement bijzondere aandacht besteed aan milieuvriendelijkheid. Dit uit zich onder meer in:
Door deze uniforme en milieubewuste aanpak willen we onze begraafplaatsen niet alleen waardig en ordelijk houden, maar ook toekomstgericht en duurzaam inrichten.
Het nieuwe reglement is opgesteld met respect voor bestaande graven en monumenten, en houdt rekening met de wensen van nabestaanden binnen de kaders van de uniforme richtlijnen.
Door dit reglement te baseren op het vernieuwde decreet en lokale noden, zorgen we voor een toegankelijke, duurzame en uniforme aanpak die tegemoetkomt aan de wensen van onze inwoners en de hedendaagse maatschappelijke evoluties.
Dit reglement is al voorgelegd aan onze begrafenisondernemers en wij hebben dan ook hun opmerkingen overwogen en sommige hiervan opgenomen.
Het besluit werd principieel goedgekeurd op het college van burgemeester en schepenen van 21 oktober 2025.
De gemeente Lievegem beschikt over de volgende gemeentelijke begraafplaatsen: begraafplaats Lovendegem, Kasteeldreef
begraafplaats Vinderhoute, Molenslag
begraafplaats Waarschoot “Centrum” Hovingen
begraafplaats Beke, Oude Staatsbaan
begraafplaats Zomergem, Kerkhofstraat
begraafplaats Oostwinkel, Oostwinkeldorp
begraafplaats Ronsele, Kerkplein
De inwoners kunnen vrij kiezen op welke van bovengenoemde begraafplaats van de gemeente zij wensen begraven te worden.
Volgende personen kunnen begraven, bijgezet of uitgestrooid worden op de gemeentelijke begraafplaatsen:
De teraardebestelling van stoffelijke overschotten is mogelijk op dagen en uren vastgelegd door college van burgemeester en schepenen. Diegenen die voor de begraving instaan, regelen met het gemeentebestuur de formaliteiten betreffende de begraving. Bij ontstentenis daarvan wordt door het gemeentebestuur het nodige gedaan. Deze kosten kunnen verhaald worden op de nalatenschap. Voor de plaats en het tijdstip moeten de betrokkenen zich schikken naar de beslissingen van de burgemeester of zijn aangestelde.
Tenzij in speciale gevallen en op advies van de behandelende geneesheer, gebeurt de begraving van niet-gecremeerde stoffelijke overschotten of de crematie met daarop volgend de begraving, de berging of de verstrooiing van de as, ten vroegste 24 uur na het overlijden.
De lijkbezorging gebeurt binnen de 10 dagen na de vaststelling van overlijden. Uitzonderingen op deze termijn moeten goedgekeurd worden door het college van burgemeester en schepenen.
De lijkbezorging gebeurt op de door het college van burgemeester en schepenen aangeduide percelen.
Wijzigingen kunnen worden doorgegeven tot 72 uur voor de begrafenis.
Het gemeentebestuur beslist over de dag en het uur van de begraving. De begravingen zijn mogelijk op de werkdagen en zaterdag, tussen 9.00 uur en 15.30 uur. Op wettelijke feestdagen en op de dagen, jaarlijks aangeduid door het college van burgemeester en schepenen, zijn geen begravingen mogelijk. Per begraafplaats kan er maar 1 begrafenis tegelijkertijd doorgaan.
De begraafplaatsen zijn elke dag voor het publiek toegankelijk:
Op de begraafplaatsen is het verboden een daad te stellen, een activiteit op touw te zetten of een houding aan te nemen die de openbare orde en de eerbied voor de doden kan storen.
Meer in het bijzonder is het verboden:
Op de gemeentelijke begraafplaatsen worden niet-geconcedeerde begraafplaatsen toegekend, die betrekking hebben op:
De niet-geconcedeerde gronden worden toegekend aan inwoners voor een periode van 10 jaar.
Verlenging van deze kosteloze periode is niet mogelijk.
De niet-geconcedeerde percelen kunnen toegekend worden voor maximum 1 persoon.
Wanneer de termijn van 10 jaar verstreken is, is de omzetting van een niet-geconcedeerd perceel naar een geconcedeerd perceel mogelijk mits een aanvraag voor een betalende concessie EN de verplaatsing naar een nieuw aangeduid perceel.
Alle kosten voor ontgraving en verplaatsing vallen ten laste van de aanvrager van de nieuwe concessie.
Concessies
Algemene bepalingen
Op de gemeentelijke begraafplaatsen worden concessies per perceel toegekend, die betrekking hebben op:
tot zolang de omvang van de begraafplaats dit mogelijk maakt.
Op alle begraafplaatsen worden concessies verleend voor stoffelijke overschotten van zowel inwoners als niet-inwoners.
Deze begraafvormen zijn betalend, beperkt in tijd, hernieuwbaar en verlengbaar.
De concessies worden verleend voor een termijn van 20 jaar en kunnen vernieuwd worden voor 10 jaar of voor 20 jaar.
De duur van de concessie neemt een aanvang op datum van de aanvraag van de concessie.
Tarieven worden vastgelegd in het retributiereglement.
Artikel 12
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd door de gemeenteraad om concessies te verlenen volgens de bepalingen van het huishoudelijk reglement.
Artikel 13
De concessie wordt schriftelijk aangevraagd aan het college van burgemeester en schepenen.
Zij vermeldt de identiteit van de aanvrager(s) en de begunstigde(n) van de concessie.
De aanvraag kan gebeuren door elke belanghebbende.
De concessiehouder moet zich gedragen naar alle huidige en/of toekomstige wetten, decreten, besluiten en reglementen betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
Artikel 14
Een concessie kan pas worden aangevraagd nadat minstens één begunstigde van de aangevraagde concessie overleden is.
Er is de mogelijkheid om een dubbele concessie aan te vragen met een maximum van twee concessies.
Bij de toekenning van een concessie van meer dan 2 personen, worden 2 percelen naast elkaar toegewezen.
Bij de toekenning van een concessie van meer dan 2 urnen, worden 2 percelen (urnenveld) of 2 nissen toegewezen.
Artikel 15
Het verlenen van een concessie door de gemeentelijke overheid houdt geen verhuring noch een verkoop in. Er mag aan de concessie nooit een andere bestemming worden gegeven dan die waarvoor ze werd verleend.
Een voorbehouden plaats van een begunstigde van een toegewezen concessie kan overgedragen
worden naar een andere persoon, mits toestemming van de concessiehouder of zijn/haar erfgenamen.
Artikel 16
Concessies worden verleend op de daartoe voorziene percelen op de begraafplaats.
Er mogen geen concessies verleend worden op niet-geconcedeerde percelen.
Artikel 17
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de concessies te beëindigen bij
Hernieuwing van concessies
Artikel 18
De hernieuwing van een concessie betekent dat bij het verstrijken van de termijn van een concessie, de concessie hernieuwd wordt met een nieuwe termijn tegen betaling.
Artikel 19
Minstens één jaar vóór het verstrijken van de concessie of van de verlenging ervan maakt de
burgemeester of zijn gemachtigde een akte op die zowel aan het graf, de urnenkelder of columbariumnis als aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt wordt.
Artikel 20
De concessies kunnen na het verstrijken van de termijn hernieuwd worden met een termijn van 10 jaar of 20 jaar.
Artikel 21
Een wettelijke grafrust van 10 jaar moet gerespecteerd worden.
Artikel 22
De concessies kunnen op vraag van elke belanghebbende hernieuwd worden.
De aanvraag moet gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen.
De aanvraag tot hernieuwing kan gedaan worden voor het verstrijken van de vastgestelde termijn.
Een nieuwe termijn begint steeds te lopen vanaf de einddatum van de bestaande concessie.
Hernieuwingen zullen worden geweigerd als blijkt dat op het moment van de aanvraag de rustplaats verwaarloosd is.
Uitbreiding van concessies
Artikel 23
De uitbreiding van een concessie betekent dat een al bestaande concessie uitgebreid wordt met één of meerdere begunstigden waarvoor een bijkomende concessie wordt genomen.
Deze uitbreiding wordt enkel toegestaan als een bijkomende begraving of de plaatsing van de urne mogelijk is.
In principe zijn er in elke grafkelder en urnenkelder maar 2 personen toegelaten.
Het college van burgemeester en schepenen kan een afwijking toestaan die grondig gemotiveerd is en onder strenge voorwaarden die zijn als volgt:
Voor inwonende alleenstaande familie in de eerste graad
Voor mensen met een beperking die hun leven lang afhankelijk waren van hun ouders.
Artikel 24
Indien een concessie wordt uitgebreid, dan:
moet er een nieuwe concessie aangevraagd worden voor de extra begunstigden.
moet(en) de oorspronkelijke concessie(s) worden verlengd en dit voor een nieuwe termijn die loopt tot aan de vervaldatum van de nieuwe concessie.
De berekening van de bij te betalen concessietermijn van de bestaande concessie gebeurt proportioneel volgens volgende formule:
aantal jaren dat de nieuwe concessietermijn de bestaande concessie overschrijdt x het jaarlijks bedrag van een concessie volgens het geldende tariefreglement.
Voorbeeld:
Een bestaande concessie loopt tot 01.01.2040.
Er wordt een uitbreiding van de concessie aangevraagd = een nieuwe bijkomende concessie.
Deze nieuwe concessie loopt tot 01.01.2052.
De termijn van de bestaande concessie moet verlengd worden voor 12 jaar, met name van 01.01.2040 naar 01.01.2052.
Er moet dus enerzijds betaald worden voor de nieuwe concessie en anderzijds 12 jaar bijbetaald worden voor de bestaande concessie volgens het geldende tarief.
Artikel 25
De uitbreiding van een eeuwigdurende concessie is mogelijk mits een aantal voorwaarden:
Er wordt een bijkomende concessie aangevraagd voor de begunstigde(n) van de uitbreiding.
Er wordt afstand gedaan van de eeuwigdurende concessie en deze wordt omgezet naar een gewone concessie.
De termijnen van de eeuwigdurende concessie en de nieuwe bijkomende concessie worden gelijkgesteld, dit houdt in dat de termijn van de eeuwigdurende concessie wordt verkort als deze langer is dan de nieuwe termijn van de bijkomende concessie.
Artikel 26
De aanvraag voor de uitbreiding van een concessie wordt gericht aan het college van burgemeester en schepenen.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de uitbreiding van een concessie toe te staan vanaf het moment van de aanvraag.
Het voortijdig beëindigen van een concessie
Artikel 27
De concessiehouder of zijn erfgenamen, of bij gebrek hieraan, iedere belanghebbende, kan op schriftelijk verzoek een concessie voortijdig beëindigen.
De grafrust van 10 jaar moet gerespecteerd worden als deze voortijdige beëindiging geen gevolg is van een bestemmingswijziging van de stoffelijke resten.
Artikel 28
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd door de gemeenteraad om de voortijdige beëindiging van een concessie toe te staan volgens de modaliteiten van het gemeentelijk reglement.
Artikel 29
De aanvraag tot voortijdige beëindiging van een concessie wordt ondertekend door de partner/echtgenoot en alle eerstelijns bloedverwanten in leven of bij gebrek hieraan, de belanghebbende aanvrager.
Met de ondertekening van dit aanvraagformulier bevestigt de aanvrager dat er geen andere
nabestaanden of belanghebbenden (in leven) zijn die bovengenoemde concessie verder willen verlengen en aldus verzoeken om de stopzetting en ontruiming van de concessie.
De vraag tot beëindiging wordt aangeplakt gedurende 6 maand aan de ingang van de begraafplaats en aan het perceel van de concessie, behalve wanneer het gaat om een bestemmingswijziging van het stoffelijk overschot.
Bezwaren tegen een voortijdige beëindiging moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen.
De aanvragers zijn ervan op de hoogte dat bovengenoemde concessie op hun aanvraag ontruimd zal worden.
Niet meegenomen materialen worden bij ontruiming eigendom van de gemeente.
Bij het voortijdig beëindigen van de concessie op verzoek, kan de betaalde concessieprijs niet worden terugbetaald.
Eeuwigdurende concessies
Artikel 30
De eeuwigdurende concessies zijn sinds de wet van 20 juli 1971 omgezet in concessies voor 50 jaar.
Zij zijn niet overdraagbaar.
Eeuwigdurende concessies kunnen om de vijftig jaar en zonder vergoeding hernieuwd worden.
Artikel 31
De aanvraag tot hernieuwing gebeurt volgens dezelfde modaliteiten zoals die zijn vastgelegd voor de concessies maar is gratis.
Artikel 32
Een eeuwigdurende concessie kan uitgebreid worden volgens de bepalingen in hoofdstuk 4.3 art. 16 en volgens de vastgelegde termijnen en tarieven in het retributiereglement.
Hernieuwingen zullen worden geweigerd als blijkt dat op het moment van de aanvraag de rustplaats verwaarloosd is.
Artikel 33
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de eeuwigdurende concessies te beëindigen of terug eigenaar te worden bij:
de toepassing van de procedure van verwaarlozing
het verstrijken van de concessie indien er geen hernieuwing werd aangevraagd na een jaar aanplakking
Ereperken
Artikel 34
Op de gemeentelijke begraafplaats worden speciale perken voorbehouden aan overleden inwoners die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor het vaderland.
Deze perken worden kosteloos ter beschikking gesteld op een daartoe voorbehouden perceel voor onbepaalde duur.
Artikel 35
Als begunstigden tot begraving op het ereperk worden aanzien:
de oudstrijders van de wereldoorlogen 1914-1918 en 1940-1945.
de erkende politieke gevangenen.
de erkende actie- en inlichtingsagenten.
de erkende weerstanders.
de personen die zich bij de recruteringscentra in het Belgische leger in 1940 hebben gevoegd
(R.C.B.L).
De nabestaanden moeten de bewijsstukken voorleggen aan de burgemeester of zijn afgevaardigde.
Voor oud strijders zijn dit volgende bewijsstukken:
een vuurkaart of een strijderskaart met opgave der oorlogsdiensten voor strijders van 1940-1945,
afgeleverd door de bevoegde dienst van FOD Defensie.
OF
een attest, afgeleverd door de dienst van FOD Defensie, waaruit blijkt dat betrokkene aan de voorwaarden voldeed om een vuurkaart te bekomen.
Personen die wegens een onvaderlandse houding in oorlogstijd een veroordeling opliepen of die wegens dezelfde redenen geen politieke of burgerlijke rechten genieten en niet in hun rechten werden hersteld, worden uitgesloten van dit voordeel.
Artikel 36
Het onderhoud van het oud-strijdersgraf is ten laste van de nabestaanden.
Artikel 37
Personen die voldoen aan bovenvermelde criteria krijgen een herdenkingsplaatje op het monument van oud strijders.
Kinderbegraafplaats en sterrenweide
Artikel 38
Op de gemeentelijke begraafplaatsen kent het gemeentebestuur een perceel toe voor begraving van kinderen en levenloos geboren kindjes na een zwangerschapsduur van minder dan 180 dagen:
Artikel 39
In de percelen die bestemd zijn als kinderbegraafplaats kan er gratis begraven worden t.e.m. de leeftijd van 12 jaar voor een termijn van 20 jaar na het voorleggen van de overlijdensakte of een akte van levenloos geboren kind na een zwangerschapsduur van 180 dagen.
Wanneer een kindje doodgeboren wordt na een zwangerschapsduur van minder dan 6 maanden (wettelijke levensvatbaarheidsgrens) en na meer dan 12 weken zwangerschap, kunnen de ouders een verzoek richten om de foetus te begraven of te cremeren. Hierbij wordt geen enkele akte opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand.
In de gemeente worden volgende mogelijkheden toegepast:
Artikel 40
Een kindergraf kan na 20 jaar en zonder vergoeding hernieuwd worden voor een termijn van 10 jaar of 20 jaar als concessie als er geen verwaarlozing wordt vastgesteld.
Strooiweide
Artikel 41
De verstrooiing van de as op de strooiweide kan zowel voor inwoners als niet-inwoners.
Tarieven worden vastgelegd in het retributiereglement.
Artikel 42
Het gemeentebestuur geeft aan de nabestaanden of enige belanghebbende de mogelijkheid om een herdenkingsplaatje te laten bevestigen op de herdenkingszuil aan de strooiweide waar de asverstrooiing heeft plaatsgevonden.
Om de uniformiteit te bewaren mogen naamplaatjes alleen maar aangebracht worden door de gemeentelijke diensten.
De naamplaatjes worden door de gemeente voorzien.
Het herdenkingsplaatje kan aangevraagd worden bij de dienst Burgerzaken onder de vorm van een 10 jarige concessie. Hiervoor zal een retributie gevraagd worden, zoals bepaald in het retributiereglement.
Thuisbewaring
Artikel 43
De aanvraag tot thuisbewaring van een asurne uit een geconcedeerd of niet-geconcedeerd perceel of nis, moet schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten eerste graad, bij toepassing van artikel 24 en 24 bis van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging op de begraafplaatsen en lijkbezorging van 16 januari 2004.
Artikel 44
De as kan begraven, bewaard of verstrooid worden op een private eigendom, mits toestemming van de eigenaar.
Artikel 45
In geval van een aanvraag tot retroactieve thuisbewaring, wordt een bekendmaking hiervan gedurende een periode van 6 maanden afgekondigd aan het betrokken perceel, behalve wanneer een procedure tot ontruiming lopende is.
Artikel 46
Wanneer de aanvraag tot retroactieve thuisbewaring betrekking heeft op een concessie, dan wordt het perceel nog 2 jaar bewaard.
Na een termijn van 2 jaar, wordt de concessie ambtshalve opgegeven.
Artikel 47
Wanneer de thuisbewaring ophoudt, kan de as van de overledene uitgestrooid worden op de strooiweide van de gemeentelijke begraafplaats of kan de asurne terug bijgezet of begraven worden in een concessie.
Dit artikel is uitsluitend van toepassing op inwoners.
Gezelschapsdieren
Artikel 48
Het is mogelijk dat de urne met as van één of meerdere al overleden gezelschapsdieren samen met de overledene wordt begraven of bijgezet in een graf, urnenveld of columbariumnis.
Met gezelschapsdier wordt bedoeld: elk dier dat tam is en traditioneel in huis wordt gehouden voor gezelschap of emotionele steun.
Artikel 49
De urne met as van een gezelschapsdier kan bijgezet worden op voorwaarde dat hiervoor plaats is.
De urne mag nooit de plaats innemen van een urne van een overleden persoon.
Artikel 50
De urne met de as van gecremeerde gezelschapsdier(en) mag biologisch niet afbreekbaar zijn.
Artikel 51
De urne met de as van gecremeerde gezelschapsdier(en) volgt de bestemming van de kist of de urne van de overleden eigenaar bij opgraving.
Bij opgraving moet de as van het overleden gezelschapsdier gescheiden worden van de menselijke resten.
Het is niet toegelaten om de as van het overleden gezelschapsdier uit te strooien op de strooiweide van de gemeentelijke begraafplaatsen.
Graven van lokaal historisch belang
Artikel 52
Het college van burgemeester en schepenen bepaalt autonoom welke de graven van lokaal historisch belang zijn en maakt hiervan een lijst op.
De lijst van de graven van lokaal historisch belang kan enkel grafmonumenten bevatten, waarvan de concessie is opgeheven of die eigendom zijn van de lokale overheid naar aanleiding van de toepassing van een procedure van ontruiming.
De graftekens die op de lijst vermeld staan worden gedurende 50 jaar bewaard.
Deze termijn is verlengbaar.
Het onderhoud is ten laste van het gemeentebestuur.
Artikel 53
Het bepalen van de erfgoedwaarde van een graf gebeurt volgens een aantal criteria.
Een graf kan aan één of meerdere criteria voldoen. Deze criteria vormen geen puntensysteem maar staan op zichzelf.
De criteria zijn de volgende:
HISTORISCHE WAARDE
Representativiteit van het grafmonument voor een bepaalde stijl.
Representativiteit van het grafmonument voor een bepaalde periode, bv. oorlogsgraven.
Representativiteit van het grafmonument voor de begraafplaats of het kerkhof. bijvoorbeeld het eerste grafmonument op die begraafplaats.
VOLKSKUNDIGE WAARDE
Het grafmonument is de laatste rustplaats van een lokaal of bovenlokaal belangrijk persoon. Een
volkskundige waarde kan ook toegekend worden als er een bijzonder gebruik, ambacht of dergelijke
verbonden is met het grafmonument. Deze volkskundige waarde wordt gegeven aan grafmonumenten van:
Politici, burgemeesters, ministers, …
Personen met een bijzondere individuele verdienste.
Beeldende kunstenaars.
Personen van wie van hun werk(en) werd opgenomen in de collectie van de gemeente.
Personen van wie hun werk(en) werd opgenomen in andere musea, zowel Belgische als
buitenlandse.
Personen van wie hun werk(en) wordt tentoongesteld op openbare plaatsen (markten, pleinen,…).
Personen met een vermelding in kunst- en cultuurpublicaties.
Schrijvers, architecten, muzikanten, …
Geestelijken.
Sportlui.
Industriëlen.
Volksfiguren.
Dokters, notarissen, schooldirecteurs, …
ARCHITECTURALE WAARDE
Het grafmonument werd ontworpen door een lokaal of bovenlokaal belangrijk architect. Daarnaast is deze waarde ook van toepassing als het grafmonument op zich van architecturaal belang is.
Het globale ontwerp/grafmonument op zich.
Ontwerp van een bekende architect.
Bijzondere of karakteristieke stijl van het funerair monument.
Technische bewerking van het grafmonument door een steenkapper.
Iconografie van het grafmonument.
Heraldiek.
Zeldzaamheid van de materialen.
Waardevolle decoratieve elementen: sculpturen, gebrandschilderd glas, glas-in-loodramen…
ARTISTIEKE WAARDE
Het grafmonument is representatief voor het oeuvre van een lokaal of bovenlokaal belangrijke kunstenaar.
Daarnaast heeft een grafmonument een artistieke waarde als het een bijzondere artistieke afwerking heeft.
SOCIO-CULTURELE WAARDE
Het grafmonument is representatief voor een bepaalde bevolkingsgroep (oud-strijders, gesneuvelden, zusters van een kloostergemeenschap, …). Er kan ook een sociaal-culturele waarde aan het grafmonument toegekend worden als de begraven persoon op sociaal vlak betekenisvol was als industrieel, politicus, …
Verwaarlozing van graven
Artikel 54
Verwaarlozing staat vast als het graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig, breuken of barsten en naam niet leesbaar is.
Artikel 55
De verwaarlozing wordt in een akte van de burgemeester of zijn gemachtigde vastgesteld.
Een akte van verwaarlozing blijft een jaar bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt.
Na het verstrijken van die termijn en bij niet-herstelling kan het college van burgemeester en schepenen een einde maken aan de concessie en overgaan tot ontruiming.
De van ambtswege verwijderde graftekens en sierelementen worden eigendom van de gemeente.
Er wordt dan van ambtswege overgegaan tot afbraak of tot het wegnemen van de materialen.
Artikel 56
Ingeval van dringende noodzakelijkheid kunnen graftekens of een gedeelte ervan ambtshalve door de burgemeester worden weggenomen, zonder verhaal of aanspraak op een vergoeding. De dringende noodzaak wordt door de burgemeester in een akte vastgesteld.
De akte wordt aan het betrokken graf en aan de ingang van de begraafplaats bekendgemaakt.
Zij zal verstuurd worden aan eventueel gekende nabestaanden.
Ontruiming van graven
Artikel 57
Wanneer de termijn van een niet-geconcedeerd perceel of van een concessie verstreken is, maakt de burgemeester of zijn gemachtigde hiervan een akte op die aan het graf aangeplakt wordt. Het graf wordt eveneens vermeld op een lijst aan de ingang van de begraafplaats.
Artikel 58
Na aanplakking van de akte gedurende 1 jaar, kan er worden overgegaan tot ontruiming van de percelen.
Artikel 59
De belanghebbenden hebben het recht om bij een geplande ontruiming van een graf, de graftekens weg te nemen. De periode waarin graftekens kunnen weggenomen worden en de voorwaarden worden in de akte vermeld.
Na het verstrijken van de termijn van aanplakking, worden de graftekens eigendom van de gemeente en worden ze van ambtswege verwijderd.
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen.
Artikel 60
In geval van ontknekeling van een perceel worden de stoffelijke resten overgebracht naar een ossuarium op de begraafplaats.
Ontgravingen
Artikel 61
Behalve op bevel van de rechterlijke overheid, mag niet tot ontgraving worden overgegaan zonder machtiging van de burgemeester.
De gemotiveerde aanvraag tot ontgraving moet door de aanvrager schriftelijk, gedateerd en ondertekend, gericht worden aan de burgemeester.
De burgemeester zal beslissen of al dan niet met de ontgraving kan ingestemd worden, na overweging van de aangehaalde redenen.
Artikel 62
Na betaling van de opgravingskosten zal een datum en uur bepaald worden waarop de opgraving zal plaatsvinden.
Tarieven worden vastgelegd in het retributiereglement.
Artikel 63
De dag en het uur van de ontgraving worden door de burgemeester bepaald. Tijdens de opgraving wordt het grafperceel visueel afgeschermd voor het publiek. De toegang tot de gehele begraafplaats kan tijdelijk geweigerd worden.
Bij de ontgraving van stoffelijke resten zullen enkel daartoe gerechtigde personen toegelaten worden.
Individuele herbegraving
Artikel 64
Bij overbrenging van de stoffelijke resten naar een andere gemeente, is een voorafgaandelijke machtiging vereist van enerzijds de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de persoon begraven ligt en anderzijds van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de nieuwe bestemming.
Voor een crematie na ontgraving is de toestemming vereist van de procureur des konings van het arrondissement van de plaats waar de aanvrager zijn hoofdverblijfplaats heeft, de plaats van overlijden, de plaats waar het stoffelijk overschot begraven is of de plaats waar het crematorium zich bevindt.
Bij de aanvraag van toestemming tot ontgraving moet een attest van de laatste wilsbeschikking van de overledene worden gevoegd.
De kisting en transport moeten gebeuren volgens de wettelijke bepalingen.
De aanvrager neemt alle kosten op zich.
Natuurlijk begraven (vanaf voorjaar 2026)
Artikel 65
In de afgebakende natuurbegraafplek op de begraafplaats van Waarschoot en Vinderhoute is het toegelaten de as van de overledene te begraven in 100% biologisch afbreekbare urnen of de begraving van de as rechtstreeks in de grond zonder de urne.
De urnen moeten aangeboden worden in biologisch afbreekbaar omhulsel. Toegestane materialen zijn:
papier, hout, klei, leem, zetmeel. Dit omhulsel mag geenszins elementen van ijzer, glas, lood, plastic of andere niet-biologisch afbreekbare materialen bevatten.
Artikel 66
Er mogen geen herdenkingselementen of beplanting aangebracht worden op de plaats waar de persoon begraven is.
Artikel 67
Tijdens de begrafenis mogen losse bloemen in natuurlijk materiaal op de rustplaats gelegd worden. Na 14 dagen worden deze verwijderd.
Artikel 68
De naamgegevens kunnen indien gewenst een gestandaardiseerd naamplaatje aangebracht worden op de gedenkzuil aan de strooiweide, aangebracht door het gemeentebestuur en dit aan de prijs van de concessie per naamplaatje vastgesteld in het retributiereglement.
Bepalingen betreffende de graftekens
Artikel 69
De graftekens moeten zodanig opgericht en onderhouden worden zodat zij de veiligheid, doorgang en onderhoudswerken niet belemmeren en geen schade aanbrengen aan andere monumenten of graftekens, noch aan aanwezige verhardingen.
Geen grafteken mag geplaatst worden zonder hiervan kennis te hebben gegeven aan de gemeentediensten. Zij zullen de juiste ligging, rooilijn en afstand van het graf of de bijzetting aangeven.
Bij het plaatsen van graftekens moeten de voorbereidende werken volledig buiten de muren van de begraafplaatsen uitgevoerd worden.
Na de plaatsing van graftekens mogen geen materialen of voertuigen achtergelaten worden.
Het is verboden om graftekens te plaatsen op zondagen, wettelijke feestdagen en vanaf de voorlaatste werkdag van oktober t.e.m. 2 november.
Toegebrachte beschadiging aan lanen, paden, wegeltjes of aan andere graftekens moeten gemeld worden aan de dienst wegen, groen en mobiliteit en dienen onmiddellijk hersteld te worden in hun oorspronkelijke staat nadat er werken uitgevoerd zijn.
De verantwoordelijkheid en kosten hiervoor liggen bij de uitvoerder van de werken in opdracht van de nabestaanden.
Niemand mag een grafteken wegnemen zonder machtiging van het gemeentebestuur.
Het is niet toegelaten om vaste gedenktekens te plaatsen op de strooiweide.
Er mogen enkel bloemen neergelegd worden op de daartoe voorziene plaats, welke na 3 weken of bij verwelking van ambtswege kunnen worden verwijderd.
Er mogen geen afsluitingen of omheiningen aangebracht worden aan de grafpercelen.
Deze bepalingen zijn niet-limitatief. Er kunnen bijkomende bepalingen opgelegd worden in het kader van veiligheid, beheer of onderhoud.
Artikel 70
Op de percelen voorbehouden voor begravingen in een betalende grondconcessie mag een grafteken geplaatst worden met volgende afmetingen:
Stoffelijk overschot of urne
Lengte
Breedte
Hoogte liggend deel
Hoogte rechtopstaand deel
Graf persoon - 12 jaar
1,50 m
0.80 m
Max 0,5 m
Max 1 m
Graf persoon + 12 jaar *
2,00 m
1,10 m
Max 0,5 m
Max 1,2 m
Urne volle grond
0,50 m
0,50 m
0,05 m
/
*Per persoon, een concessie van twee personen is dubbel dit formaat. Op alle begraafplaatsen worden ze naast elkaar begraven. Aansluitend met de vorige grafzerk.
Het grafteken moet opgebouwd worden uit materiaal dat minstens de duur van de aangegane concessie meegaat.
Het grafteken moet in overeenstemming zijn met het beeldbepalend karakter van de begraafplaats en mag het algemene uitzicht niet verstoren. Indien de graftekens of sierelementen afwijken van de meest voorkomende grafelementen op de begraafplaats moet een aanvraag ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
In geval van een bijzetting in het grondperceel moet het grafmonument verwijderd worden door de nabestaanden of begrafenisondernemer.
Artikel 71
Op de percelen voorbehouden voor begravingen in een niet-geconcedeerd graf moet er verplicht een grafteken worden geplaatst ten vroegste binnen de 6 maanden en ten laatste binnen de 12 maanden en heeft volgende afmetingen:
Type begraving
Lengte
breedte
Hoogte liggend deel
Hoogte rechtopstaand deel
Graf volle grond**
1,7 m
0,8 m
Max 0,5 m
Max 1 m
Urne volle grond
0,5 m
0,5 m
0,05 m
/
** 0,65 m tussen de grafzerken wordt voorzien.
Artikel 72
Op de percelen voorbehouden voor grafkelders moet een grafteken geplaatst worden die de afmetingen van de kelder bedekten aansluit op de naaste grafkelder en maximum 1,20 m hoog is.
De ondergrondse delen van de grafkelders worden aangeleverd en zijn eigendom van gemeente.
Een grafteken is verplicht en moet aangebracht zijn binnen het jaar van de eerste begraving.
Het grafteken moet in overeenstemming zijn met het beeldbepalend karakter van de begraafplaats en mag het algemene uitzicht niet verstoren. Indien de graftekens of sierelementen afwijken van de meest voorkomende grafelementen op de begraafplaats moet een aanvraag ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Het grafteken moet opgebouwd worden uit materiaal dat minstens de duur van de aangegane concessie meegaat.
Bij het openen van een grafkelder zullen enkel daartoe gerechtigde personen toegelaten worden.
Type begraving
Lengte
breedte
Hoogte liggend deel
Hoogte rechtopstaand deel
Kelder ondergronds
2,3 m
0,9 m
Max 0,5 m
Max 1,2 m
Kelder bovengronds
2,3 m
0,9 m
0,9 m
Max 1,8 m
Artikel 73
Op de percelen voorbehouden voor urnenkelders, voorziet het lokaal bestuur de urnenkelder en de
afdeksteen. Deze zijn eigendom van de gemeente.
Op de urnenkelder wordt een naamplaat aangebracht volgens de hierna bepaalde norm:
Materiaal: Gepolijst Jasberg graniet 400 mm x 400 mm en 30 mm dik
Verplicht vlak te monteren in het midden van de afdeksteen van de urnenkelder.
Het is verplicht een inscriptie met de gegevens van de overledene(n) aan te brengen bij het nemen van een concessie.
Er kunnen max. 2 asurnen in een urnenkelder bewaard worden en eventueel de urne(n) van een
gezelschapsdier in zoverre de beschikbare ruimte dit toelaat. De afmeting van de urnen moeten hierop afgestemd zijn.
Bij de begraving van een urne in volle grond met concessie moeten de nabestaanden zelf instaan voor het leveren en plaatsen van een afdekplaat in Gepolijst Jasberg van 0,50 m op 0,50 m en een dikte van 0,05 m.
Op de afdeksteen wordt een naamplaat aangebracht volgens de hierna bepaalde norm:
Materiaal: Gepolijst Jasberg graniet 0,40 m x 0,40 m en 0,05 m dik
Verplicht vlak te monteren in het midden van de deksteen.
Er kunnen max. 2 asurnen in een volle grond met concessie bewaard worden en eventueel de urne(n) van een gezelschapsdier in zoverre de beschikbare ruimte dit toelaat. De afmeting van de urnen moeten hierop afgestemd zijn.
Het is verplicht een inscriptie met de gegevens van de overledene(n) aan te brengen bij het nemen van een concessie en zonder concessie.
Artikel 74
Op de percelen voorbehouden voor columbariumnissen, voorziet het lokaal bestuur zelf de nis. Deze zijn eigendom van de gemeente.
Het aanbrengen van een naamplaat is verplicht en moet door de nabestaanden worden aangebracht.
Enkel voor de deelgemeenten Lovendegem en Vinderhoute oude gedeelte wordt de naamplaat aangeleverd door de gemeente, hiervoor wordt een tarief aangerekend vastgelegd in het retributiereglement en dit tot einde beschikbaarheid.
Er kunnen max. 2 asurnen in een columbariumnis bewaard worden en eventueel de urne(n) van een gezelschapsdier in zoverre de beschikbare ruimte dit toelaat. De afmeting van de urnen moeten hierop afgestemd zijn.
Bepalingen betreffende de beplantingen en sierelementen
Artikel 75
Planten en herdenkingsvoorwerpen moeten binnen de afmeting van het grafperceel geplaatst worden.
Deze mogen maximaal 0,5 m hoog zijn.
Artikel 76
De grondoppervlakte rond de urnenkelder wordt ingevuld met siersteentjes tot de onderrand van de blauwe hardsteen en binnen de afgebakende boordsteen door de gemeente.
De afdeksteen blijft eigendom van het lokaal bestuur, hier mag niets worden op aangebracht om schade te voorkomen.
Bij hernieuwing van de concessie of beëindiging wordt de staat van de afdekplaat gecontroleerd
De concessiehouder is verantwoordelijk voor de eventuele aangebrachte schade.
Bij de urnenkelders mogen er geen sierelementen of beplanting aangebracht worden op de afdekplaat alleen op de naamplaat.
Eventuele foto’s, maximum 2 moeten vlak of met een helling van 30 graden aangebracht worden op deze plaat, met een maximum afmeting van 10 cm op 15 cm.
Het plaatsen van een sierelement is verticaal toegelaten met een maximum hoogte van 35 cm en 15 cm breed, enkel op de naamplaat.
Aan de urnenkelders mogen enkel bloemen en planten geplaatst bovengronds geplaatst worden aangrenzend aan het grafteken/dekplaat in het voorziene perk en deze mogen niet hinderlijk zijn voor de bestaande beplanting/gras.
Artikel 77
Beplanting en herdenkingsvoorwerpen die buiten de afmetingen worden geplaatst, zullen van ambtswege door de bevoegde gemeentedienst weggenomen worden.
Beplanting die is aangebracht door het lokaal bestuur mag niet verwijderd worden.
Beplanting is niet toegelaten op de verharde wegen of op de strooiweide of aan de gedenkzuilen.
Beplanting buiten de grafpercelen mag enkel aangebracht worden door de gemeentediensten of
opdrachthouder.
Bloemen en planten op de graven aangebracht, moeten steeds in goede staat onderhouden worden.
Wanneer ze afgestorven zijn, moeten ze verwijderd worden. Bij gebreke hiervan zullen de opruiming en verwijdering gebeuren door de bevoegde gemeentedienst.
Aan de rand van de strooiweide zijn enkel natuurlijke bloemen en planten toegelaten. Op de strooiweide zelf mogen geen bloemen, bloemstukken en/of planten voorzien worden.
Het is verboden om putten te maken of zaken in te graven buiten het toegewezen grafperceel en de
grafconstructie.
Bloemen en planten, rond de periode van 1 en 2 november geplaatst, worden ambtshalve verwijderd vanaf de eerste werkdag van de maand december. Bloemen en bloemstukken worden in hun geheel weggenomen, inclusief de sierpotten en/of schaaltjes. Deze worden na verwijdering niet in bewaring genomen.
Planten mogen niet ingegraven worden, de gemeente voorziet hiervoor plantstokken.
Artikel 78
Bij de nieuwe columbariumnissen (eind 2026) mag er geen beplanting en sierelementen worden aangebracht op de nissen zelf.
Enkel bloemen en planten zijn toegelaten en dit voor de columbariummuur.
Wanneer ze afgestorven zijn, moeten ze verwijderd worden. Bij gebreke hiervan zullen de opruiming en verwijdering gebeuren door de bevoegde gemeentedienst.
Enkel echte bloemen worden toegestaan, nepplanten en nepbloemen zijn verboden en zullen worden verwijderd.
Onderhoud en verantwoordelijkheid
Artikel 79
De gemeentediensten staan in voor het globaal onderhoud van de begraafplaatsen. Dit omvat o.a. de paden, gebouwen, grasperken, bloemenweides, planten en bomen.
Het onderhoud van de graftekens, graven en alle elementen binnen de grafconstructie op de
gemeentelijke begraafplaatsen berust bij de belanghebbende familie of aangestelde.
Artikel 80
Het gemeentebestuur staat niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen en is niet aansprakelijk voor de op de begraafplaatsen gepleegde diefstallen.
Het gemeentebestuur is niet verantwoordelijk voor beschadigingen ontstaan aan grafteken, veroorzaakt door onvoorziene gebeurtenissen.
Terugneming perceel en sluiting van een begraafplaats
Artikel 81
Bij een terugneming van een perceel wegens openbaar belang of dienstnoodwendingen kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding.
Zij hebben slechts recht op het kosteloos bekomen van een perceel of nis van dezelfde afmetingen op een ander deel van de begraafplaats, tot op het einde van de concessietermijn. De eventuele kosten voor het overbrengen van de stoffelijke overschotten en van de graftekens zijn ten laste van het gemeentebestuur.
Artikel 82
Bij een sluiting en/of wijziging van de bestemming van de begraafplaats, kunnen de
concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding.
Zij hebben slechts recht op het bekomen van een perceel of nis van dezelfde afmetingen op een andere gemeentelijke begraafplaats, tot het einde van de concessietermijn.
Bij een gemeenteraadsbeslissing tot overbrenging van graven naar een andere gemeentelijke begraafplaats, zijn de kosten voor het overbrengen van de stoffelijke resten en het grafteken ten laste van het gemeentebestuur.
Ordemaatregelen
Artikel 83
De inbreuken op de bepalingen van dit reglement worden bestraft met de straffen bepaald in
artikel 315 van het strafwetboek.
Slotbepalingen
Artikel 84
Alle gevallen die niet in dit reglement voorzien zijn, worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen, in zoverre zij niet door een wet, besluit of decreet aan een andere overheid worden toegewezen.
Artikel 85
Dit reglement treedt in werking op 01 januari 2026
Artikel 86
Het reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen van 26 mei 2021 wordt opgeheven vanaf 01 januari 2026
Begrippenlijst
Concessie
Een concessie is een vergunning van de gemeente Lievegem voor het gebruik van een perceel of
plaats op de begraafplaats, als rustplaats voor een stoffelijk overschot, gedurende de overeengekomen
periode.
Niet-geconcedeerd perceel
Een niet-geconcedeerd perceel is een perceel of plaats op de begraafplaats dat gratis ter beschikking wordt gesteld, als rustplaats voor een stoffelijk overschot voor een termijn van 10 jaar.
Graf
Een graf is de rustplaats van een overledene volgens één van de aangeboden begraafvormen op de begraafplaats.
Grafteken
Een grafteken is iedere constructie, zerk, kruis, sierplaat of gelijkaardig herinnerings- of identificatieteken op een rustplaats.
Grafperceel
Een grafperceel is een stuk grond op de begraafplaats die ter beschikking wordt gesteld als rustplaats voor een overledene en waarop een grafteken mag worden aangebracht.
Graf- of urnenkelder:
Een graf- of urnenkelder is een betonnen constructie voor het begraven van kisten of urnen.
Columbarium:
Een columbarium is een urnenmuur, een muur opgedeeld in vakken bestemd voor asurnen.
Ontruiming
Bij een ontruiming wordt het grafteken en/of het stoffelijk overschot verwijderd uit het graf om de locatie opnieuw te kunnen aanbieden.
Ontgraving
Een ontgraving is een stoffelijk overschot of asurne uit een graf halen om het een nieuwe bestemming te geven.
Knekelput
Een knekelput of knekelgraf is een verzamelgraf waar stoffelijke resten van overledenen in worden
verzameld nadat het oorspronkelijke graf van de overledene is ontruimd.
Retroactieve thuisbewaring
Een retroactieve thuisbewaring is een asurne die begraven is of in een columbarium is bijgezet op de begraafplaats (tijdelijk) mee naar huis nemen.
Team burger, team groen, team communicatie
Artikel 1
De gemeenteraad stelt het nieuw huishoudelijk reglement voor de begraafplaatsen van Lievegem vast. Dit gaat in voege vanaf 1 januari 2026.
Artikel 2
De gemeenteraad heft het besluit van 26 mei 2021 over het huishoudelijk reglement begraafplaatsen op vanaf 31 december 2025.